2. Spiritualiteit in de Rooms-Katholieke Kerk

Spiritualiteit en regelgeving: gaat dat samen?
Laten we als voorbeeld nemen: de Rooms-Katholieke kerk.
Hier bestaat de regel: priesters mogen niet trouwen.
Aanvankelijk dacht ik nog dat zo’n regel een spiritueel effect zou kunnen bewerkstelligen. Een soort Freudiaanse sublimatie waarbij de seksuele driften overwonnen worden om het goddelijke te absorberen. Want dat wil een priester natuurlijk. Waarom zit hij anders in die kerk? Toch?

Afijn. Zoiets, dacht ik. Misschien.

Dit blijkt echter nogal anders te liggen.
Eerst was het celibaat namelijk helemaal niet verplicht. In de begintijd van het christendom was kuisheid een vrije keuze, geen opgelegde plicht. Jezus leefde weliswaar sober, maar nergens rept hij over de plicht tot kuisheid.
Het priesterlijk celibaat is dan ook geen onderdeel van de rooms-katholieke geloofsleer. Het is een na veel interne strijd tot stand gekomen disciplinaire maatregel, waarbij kerkpolitieke belangen een grote rol speelden.

Wat waren die belangen?

In de middeleeuwen werd het kerkelijk ambt steeds meer een zeer gewilde carrière mogelijkheid, waarbij veel priestervaders hun kinderen als hun erfopvolgers het kerkelijk ambt binnenloodsten. Zo ontstonden hele dynastieën die het kerkelijk bezit generatie op generatie in de familie hielden en opmaakten. Ook kinderen die niet tot de kerk behoorden eisten hun deel op. Zodoende sluisden priesterfamilies flink veel kerkbezit weg.
Hierdoor wilden de bisschoppen uiteindelijk dat de kerk een waarlijk onafhankelijke grootmacht zou worden. Onafhankelijk van wereldse machten zoals de keizer, maar ook onafhankelijkheid van priesters ten opzichte van de dynastieke belangen van hun nakomelingen.
Met andere woorden: de kerk wilde haar geld en bezittingen behouden.
Vandaar de uitvinding van het celibaat voor priesters.

In 325 was op de allereerste kerkvergadering, het Concilie van Nicea (het tegenwoordige Iznik, Turkije), de verplichting tot celibaat nog verworpen.
Het is pas ruim acht eeuwen later, in 1139, tijdens het Tweede Lateraanse Concilie in Rome, dat het besluit tot celibaatsverplichting werd ingevoerd.
Dit was geen theologisch leerstuk, maar een disciplinaire maatregel.

Het gevolg was dat er quasihuwelijkse relaties met een vrouw ontstonden, zoals een zogenaamde huishoudster. Hier had de kerk minder moeite mee dan met de wisselende seksuele contacten van priesters. Pas na de Reformatie begon de kerk het concubinaat aan te pakken. Althans, dat wilde men graag doen geloven.

In andere delen van de katholieke wereld pakt men het weer anders aan.
Door een groot tekort aan priesters verliest de katholieke kerk veel volgers in het Amazonegebied. Een meerderheid van bisschoppen uit de regio stemde daarom in 2019 in met de Amazonesynode. Een voorstel om getrouwde mannen voortaan ook tot priester te kunnen wijden. Zo hoopt men het priesterlijk ambt aantrekkelijker te maken en het verlies in gelovigen af te remmen

En oh ja, ik zou het hebben over spiritualiteit.
Helaas heb ik over spiritualiteit in de rooms katholieke kerkorganisatie niets kunnen vinden. Wél over kindermisbruik.
Maar ja, wat wil je ook. Trek een man een jurk aan, zeg hem dat hij van vrouwen moet afblijven, zet kinderen om hem heen in een afgesloten gebouw, en wat denk je dat zo’n eenzame man dan gaat doen? Spiritueel bidden?
Kerkvader Augustinus, die hét voorbeeld is van vele christenen en die het zowel met vrouwen als met jongens deed, verzuchtte al in de 4e eeuw: ‘Oh God, geef me kuisheid, maar nu nog niet.’
Dit is, uiteindelijk en onvermijdelijk, hét credo van de 21e eeuwse Rooms-Katholieke Kerk geworden. En het noodlot van vele kinderen.

Plaats een reactie