21. Dorpsverhaal 1. Mijn vader in militaire dienst

In zijn militaire diensttijd (1947-48) in Breda noemde mijn vader zichzelf niet Jan Stammes, maar Iwan Stammenoski. Aangezien hij er niets voor voelde om voor militair te spelen en naar de oorlog in Indonesië (de ‘politionele acties’) te worden uitgezonden, en bovendien wist dat communisten in die tijd verdacht waren en daarom niet in dienst hoefden, deed hij gek (wat hem makkelijk afging) en gebruikte die zogenaamd Russische naam van Iwan Stammenoski.
Op de deur van de barak waar de lastigste soldaten sliepen, spijkerde mijn vader een bordje met de tekst: ‘De witte ratten van El Alamein.’ El Alamein was de Egyptische plaats waar de Engelse generaal Montgomery de Duitsers in de pan had gehakt in de Tweede Wereldoorlog.
Als mijn vader verhalen vertelde en iedereen zich tranen lachte dan sloot hij zijn verhaal vaak plechtig af met de zin: ‘Aldus doctor Göbbels in Das Reich.’ Göbbels was één van de kopstukken geweest van het Hitler-regime die regelmatig officiële communiqués verspreidde in Nederland en dit ondertekende met de zin: ‘Aldus doctor Göbbels in Das Reich.’
Zelfs van massamoordenaars wist mijn vader lachwekkende figuren te maken.

Zijn dienstkameraad en buurjongen van Terdiek, Jaap Blokker, werkte in de keuken van de officiersmess waar mijn vader hem regelmatig bezocht. Al snel werd het Jaap duidelijk waarom mijn vader daar zo graag kwam. Dreigde de melk over te koken dan draaide hij het gas niet lager, maar stond er vrolijk in te spugen, roepende: ‘Dit geeft écht!’ Hetzelfde deed hij met de doorbakken biefstukken voor de officieren. Ook daar spuugde hij in en zei dat het eten dan lekkerder smaakte.
Zijn opvallende gedrag werd beloond. Hij kreeg de kwalificatie S5, die stond voor ‘Ontoerekeningsvatbaar’.
Op zijn laatste avond als soldaat hielden mijn vader en zijn kameraden een kroegentocht waarbij hij halverwege de avond op de hoge trap van het stadhuis van Breda een luide toespraak hield voor het verbaasd langslopende publiek, al roepende: ‘Wir haben den Krieg nicht gewollt, Siep Heill!’
Met ‘Siep Heill’ in plaats van ‘Sieg Heill’ verwees hij naar Siep Booij uit Nieuwe Niedorp die eens met opgerolde broekspijpen en dansend op het biljart van café de ‘Roode Eenhoorn’ een Oostenrijker had pogen te imiteren onder het uitslaken van de jodelende kreet: ‘Ich bin ein Österreicher!’ Waarop mijn vader had geroepen: ‘Das haben wir immer gewusst!’
Maar van dat alles wist men in Breda toen nog niets af …..
De dag na de Bredase kroegentocht verliet mijn vader de kazerne. Als een vrij man en als een triomferende Winston Churchill, lachend met een enorme sigaar in de mond en groetend met het V-teken, zwaaide hij naar zijn achterblijvende kameraden. Zijn dienstkameraad Jaap Blokker was zijn getuige en zwaaide treurend terug. Jaap had nog enige tijd te gaan en, zo verzucht hij in zijn boek ‘Jaap Blokker vertelt’, ‘het zou saaier worden in de kazerne.’
Overigens had mijn vaders weigering om in het leger te vechten niets te maken met pacifisme of vredelievendheid. Als hij écht een hekel had aan iemand, zei hij: ‘Die? Die moet je net zo lang onder water houden tot het niet meer borrelt.’
Na zijn geslaagde actie gebruikte hij die naam Iwan Stammenoski om zijn gedichten (‘rijmen en dichten, zonder je hemd op te lichten’, zei hij dan) voor het motorblad te signeren. Mijn broer Niko en ik werden in het dorp vaak ‘de Stammenoski’s’ genoemd en Niko werd op de Lagere School door zijn vrienden aangesproken met de bijnaam ‘Noski’. Wij hadden toen nog geen idee waar die aparte naam vandaan kwam.
Het S5-voorbeeld van mijn vader inspireerde mij dertig jaar later om eveneens de militaire dienst te ontwijken zonder ook maar ooit één militair te spreken. Ik voerde mijn oorlog schriftelijk. De correspondentie duurde jarenlang zonder dat men op het Ministerie van Defensie enig idee had waar ter wereld ik mij bevond en wat ik nu precies mankeerde of deed. Tot ze er genoeg van kregen en ik ‘Buitengewoon dienstplichtig’ werd verklaard.
Doel bereikt, oorlog gewonnen. Met de pen.
En volledig ‘Toerekeningsvatbaar’.

=========================================================================

Mijn vader links (voor de kijker) en Jaap Blokker rechts.
Het is het jaar 1947.
Ze zijn hier 20 jaar oud.

Kan een afbeelding zijn van 2 mensen

Een gedachte over “21. Dorpsverhaal 1. Mijn vader in militaire dienst

Plaats een reactie