Ik moet u dit keer helaas teleurstellen, beste lezer. U dacht dat u de liefste moeder van de wereld had, maar dat is een misvatting. Die had ik al. En aangezien twee liefste moeders niet gaan, valt de uwe dus af. Neem uw nederlaag echter sportief op, want ik kan mijn bewering met feiten staven. U bezwijkt dan vanzelf wel voor de waarheid.
Mijn moeder had gevoel voor humor, was altijd betrouwbaar, de stabiele factor in het gezin en de zaak, ze voedde ons zorgzaam op, verzoende tegenstellingen en je kon goed met haar praten. Ze hield niet van conflicten en als er thuis een begin van een conflict dreigde te ontstaan, riep ze: ‘Kijk eens naar buiten!’
Over moeders valt vaak wat minder flamboyants op te merken dan over vaders, omdat moeders veel stabieler zijn en minder gek doen. Ik vond vaders vroeger vaak interessanter dan moeders, omdat ze altijd een beetje raar deden en onvoorspelbaar waren.
Moeders staan echter altijd voor je klaar en dat voorspelbare geeft een kind veiligheid.
Moeders zijn meestal ook sterker dan vaders, op de lange termijn. Verschil tussen 100 meter en marathon. Vaders zijn fel, vlammen op en doven uit. Moeders branden gewoon door, gestaag.
Samengevat:
moeders zijn normaal en vaders niet, daarom zijn ze beide nodig.
Vaders zijn meer van de buitenwereld, daar waar de strijd en het plezier is.
Moeders zijn meer van de binnenwereld, daar waar de rust en de zekerheid is.
Strijd en rust, plezier en zekerheid.
De menselijke bestanddelen waaruit leven wordt gevormd.
En dood.
En liefde.