28. Dorpsverhaal 7. Ome Dik, de man van tante Trijni

Ik had meerdere ooms en tantes, want in een dorp heb je vele ooms en tantes die helemaal geen familie zijn, maar die zo vertrouwd en nabij zijn dat ze een eretitel krijgen: oom of tante.
Ik had een oom en die was de boeiendste van allemaal én de minst makkelijke. Hij was de beste vriend van mijn vader en ook onze beste buurman: ome Dik.
Ik zie hem nog glashelder voor me staan: groot, bruinverbrand, oersterk, kaal en grote felle ogen. Indrukwekkende man, vooral als hij kwaad werd. En dat gebeurde wel eens.
De grote, sterke ome Dik had een apart kenmerk: als hij een paar borrels op had, werd hij steeds kleiner. Volgens mijn vader kon hij aan het aantal centimeters dat ome Dik kromp precies zien hoeveel die had gedronken.
Ome Dik deed vele dingen in zijn leven. In mijn jeugd was hij veerijder, haalde koeien op bij de boeren in de omtrek en bracht ze naar de markt. Handel.
Een keer zag ik ome Dik vechten met een jonge stier die zich heftig verzette toen ome Dik hem zijn veewagen in wilde trekken. Het beest begon wild te springen en te briesen. Ome Dik zijn geduld raakte, zoals gewoonlijk, snel op en hij nam de wilde stier in de houdgreep. De stier hapte amechtig naar adem en moest uiteindelijk zijn meerdere erkennen in ome Dik, de stierenbedwinger.
Inderdaad, zoals gezegd, kon ome Dik nogal kwaad worden. En als mannen kwaad worden, is de humor meestal ver weg of zelfs totaal afwezig. Bij ome Dik was dat anders. Zijn mooiste opmerkingen bracht hij naar voren als hij razend was. Hierbij moet gezegd worden dat ome Dik aan twee soorten mensen een hekel had:
1. Aan boeren
en
2. Aan Duitsers.
Dat was niet redelijk van ome Dik, maar hij kon er niets aan doen. Dat was nu eenmaal zo.
In de hete zomer van 1972 togen wij eens welgemoed op vakantie naar de Duitse grens: Glanerbrug.
Ondanks de allergie van ome Dik, staat een dagje Duitsland op het programma. Aangekomen bij de grens is ome Dik met zijn gezin het eerst aan de beurt: paspoortcontrole.
Wij staan achter ze in de wacht en zien wat er gebeurt: de auto van ome Dik draait plotseling om. Heel wild. En scheurt hard terug. Weer Nederland in. Mijn vader draait het portierraampje open en als ome Dik met gierende banden langs vliegt, vraagt hij:
‘Wat is er aan de hand, Dik?’
Ome Dik schreeuwt woedend:
‘IK BEN MIJN MITRAILLEUR VERGETEN!!’

En wég snelt ome Dik.

Mijn vader barst in lachen uit: ‘Oh’, zegt hij, ‘ik weet het al. Ellen (zijn dochter) is net zestien geworden en ze heeft nog geen paspoort.’
Teruggekeerd op de camping stelt mijn vader zijn goede vriend plagerig de vraag:
‘Hou je niet van Duitsers, Dik?’
‘Jawel’, zegt ome Dik, ‘alleen gewapend.’

Toen Jan, de zoon van ome Dik, in militaire dienst moest, vroeg hij de avond ervoor aan zijn vader wat hij de volgende dag zou moeten doen. Zijn vader gaf hem het volgende wijze advies: ‘Als ze je vragen wat je wilt, zeg dan dat je twéé geweren wilt. En als ze dan vragen waarom, dan zeg je: want mijn vader wil er ook één!’

In zijn werk ging ome Dik het liefst zijn eigen gang, maar als beheerder van het Recreatiepark ‘de Rijd’ met 74 huisjes had hij een bestuur boven zich.
Hachelijke zaak.
Ome Dik werd eens uitgenodigd op een vergadering, aangezien een paar bestuursleden enige kritische punten met hem wilden bespreken. Hij werd verzocht zolang even aan de bar plaats te nemen en te wachten tot hij aan de beurt was. Ze zouden hem roepen, zo zeiden ze. Dus wachtte ome Dik, heftig trekkend aan zijn sigaar, wilde ogen.
De serveerster vroeg aan mijn moeder achter de bar:
‘Hoeveel koffie moet er zijn voor het bestuur van Recreatiepark de Rijd?’
‘Twaalf’, zei mijn moeder.
‘Ja’, zei ome Dik, trekkend aan zijn sigaar, wilde ogen,
‘Twaalf koffie. Én een handgranaat!!’

4 gedachten over “28. Dorpsverhaal 7. Ome Dik, de man van tante Trijni

  1. Prachtig verhaal over Dik en Trijni,
    Ze zijn jaren onze buren geweest. Aardige mensen, lekker no nonsens.
    Konden het goed met ze vinden, en hebben fijne herinneringen aan ze

    Like

Plaats een reactie