30. Dorpsverhaal 9. De legende van Jan Pep

Dat gebit verpestte veel, in de fanfare. Zijn longen later ook, in zijn leven. 
Iedere keer als ik terug ben in het dorp voel ik zijn afwezigheid. De afwezigheid van de levenskunst. Zíjn kunst.
In het fanfarekorps speelde hij eerst trompet en piston, die hijzelf ‘zeikton’ noemde, en na zijn gebitsherziening werd dat de esbas. Subtiele tonen weigeren uit een trompet te schallen als die wordt aangedreven door een kunstgebit. Een esbas vereist een andere embouchure, oftewel mond- en lipbeheersing, en ze kan enige kunsttanden verdragen. Een trompet laat dit niet toe en liet hém niet meer toe. Vandaar die esbas.
Ik heb het over Jan van Herwerden. Niemand noemde hem zo. Jan Pep. Dat was zijn naam in het dorp. Waar de naam Pep vandaan kwam was bij niemand bekend en niemand vroeg zich dat ooit af. Het leven gaat tenslotte door en men heeft niet altijd de tijd om stil te staan en na te denken.
Jan Pep stond dan ook niet veel stil en dacht ook niet altijd na. Hij touringcarde met veel genot door heel Europa met Amerikaanse toeristen in de bus van Peereboom. 
Altijd als hij na lange tijd terugkwam, was zijn eerste stap naar het dorpscafé van mijn ouders om te vertellen wat hij had meegemaakt. En dat kon hij: vertellen. 
Het bleek dat hij zijn verhalen net zo makkelijk kon schrijven als vertellen. Iedere keer als Jan terugkeerde van een Europese reis voerde hij een uiterst ingewikkelde correspondentie met schrijver dezes, waarvan hieronder twee brieven als voorbeeld worden geciteerd. De overige uitgebreide briefwisseling wordt zorgvuldig bewaard aan de Universiteit van ‘Terdiek sur Mer’ waar Jan de wetenschappelijke scepter zwaaide. 
Althans, zo luidt de legende. De legende van Jan Pep.
Hier een greep uit onze briefwisseling:

Geachte professor van Herwerden,

Zoals u weet ben ik sinds januari van dit jaar in Frankrijk om verder onderzoek te verrichten naar de semantische aspecten van rotstekeningen in de recentelijk ontdekte ‘Grotte Chauvet’. Enige belangwekkende conclusies kunnen nu al getrokken worden:
Op de tekeningen uit het pré-glaciale tijdperk, dus nog ver voordat de Kaninefaten bij Lobith via de Maas ons land binnenstroomden (en niet via de Rijn zoals velen nog steeds denken), zijn resten van boerenkool, appelmoes en zelfs pudding waargenomen. De gele pap is pas later ontdekt.
Als het dus waar is dat prostituee V. 128 kilo weegt en als het tevens waar is dat holbewoners boerenkool, appelmoes en pudding consumeerden, dan lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat Karel de Grote in 788 n.Chr. tijdens het vingeren van zijn maîtresse de kreet slaakte: ‘Ik lust er wel pap van!’
Zoals u weet is deze kreet eeuwenlang toegeschreven aan Karel de Stoute. Er bestond reeds twijfel over deze hypothese aangezien Karel de Stoute altijd al vóór het dessert de Fabeltjeskrant zat te bekijken.
De hypotheses zijn nog voorlopig. Ik ben zeer benieuwd naar uw bevindingen hieromtrent.

Met wetenschappelijke en hooggeleerde groet,
Prof. dr. ir. D.C. Stammes

Mijn geachte en hooglijk gewaardeerde professor Stammes,

Een kudde slakken kan zich alleen zo snel verplaatsen als de langzaamste slak en als de kudde wordt opgejaagd, is de langzaamste en slapste in de staart van de kudde, degene die het eerst gedood zal worden.
Deze natuurlijke selectie is goed voor de kudde als geheel, omdat het regelmatig verliezen van de slappelingen de gemiddelde snelheid en gezondheid van de hele kudde verbetert.
Op een gelijke manier kan het menselijk brein alleen zó snel opereren als de langzaamste hersencellen welke de elektrische signalen verwerken. Recente epidemiologische onderzoeken aan de Universiteit van ‘Terdiek sur Mer’ hebben uitgewezen dat het overmatig innemen van alcohol de hersencellen doodt. Alcohol valt de langzaamste en slapste hersencellen als eerste aan. Aldus het, in mijn geval, regelmatig consumeren van alcoholhoudende drankjes helpt het elimineren van de langzaamste hersencellen. Dit maakt het brein een steeds snellere en meer efficiënte machine.
Mijn conclusies luiden als volgt:
Carpe Diem. Ga terug naar de kroeg. Jouw land heeft jou nodig op het best van je kunnen. Onthoud jezelf niet van een onstuimig en bandeloos seksleven als je snelle hersencellen daarom vragen.

Deze studie is gedaan aan de Universiteit van Qinghai Hu door Prof. Dr. Ir. Jan K. Tuynenberg van Herwerden, Graaf van Noord-Scharwoude tot het verre Koedijk, tevens Sultan van Blokland.

Met universitaire groeten, Professor van Herwerden

PS.
Ik ben uitgenodigd om een eredoctoraat in ontvangst te nemen aan het conservatorium van de Zuid-Sandwich Eilanden iets ten Noordwesten van de Weddell Zee in Antarctica. Ik zou het op prijs stellen als je hierbij aanwezig zou willen zijn.

Met buitengewone intellectuele en muzikale groeten, 

Maëstro Don Giovanni Carlo Giuseppe da Herwerden.
———————————————————————————————————-
Naschrift.
Inmidddels is bekend geworden waar de naam Jan Pep vandaan komt. 
Zelfs zijn vrouw wist niet waarom men haar overleden man zo noemde. Zijn broer Kees van Herwerden, later woonachtig in Friesland, kende als enige de herkomst van deze naam.
Zijn verhaal luidt als volgt: 
Kees Schager, de zoon van Piet Schager, woonde vlakbij Jan. Deze Kees Schager had ze ‘niet allemaal op een rijtje’ en kon de naam ‘van Herwerden’ niet uitspreken, dus zei hij gemakshalve: Jan Pep. De broer van Jan, Kees van Herwerden, noemde hij Kees Pep.

Plaats een reactie