Wij woonden in de straat waar ook de familie Poepjes woonde.
Gezien de nadelen die deze naam teweegbracht, lieten ze de naam veranderen in het gemeenteregister in Schuur. Maar dan ben je er nog niet, zo bleek.
Op een dag zat ik naast mijn vader in de auto. Hij keek in zijn spiegeltje en zei plotseling: ‘Kijk nou eens achter ons: een hele wagen met stront!’
Daar reden onze buren. Toen ze ons inhaalden zwaaiden ze vriendelijk, waarop mijn vader mompelde: ‘Kakwagen.’ Want hij kon het niet uitstaan als hij werd ingehaald.
Daarna maakten we deze grappen niet meer. Van de familie Schuur leerden we dat buren en respect bij elkaar horen.
Als we thuis zaten reed er soms een voertuig voorbij en dan stoorde de TV.
Alle TV’s.
Norton was in die tijd een nieuwe motor en het symbool van flitsende snelheid
en Henk van der Oord was een trage stramme man van zestig jaar.
Toen Henk voetje voor voetje moeizaam bezig was op straat langs ons huis te schuifelen en langzaam maar zeker ingehaald werd door de kwieke 92-jarige Kuit,
riep mijn vader:
‘Kijk! Henk van der Oord. Op Norton!’
Ik vroeg eens aan mijn vader hoe het toch kwam dat Henk van der Oord er zo oud uitzag. Veel ouder dan zijn leeftijd. Meteen legde mijn vader samenzweerderig zijn wijsvinger op zijn lippen: ‘Sssst! Dat is een geheim!’
Ik keek verbaasd.
‘Ja’, zei mijn vader, ‘niemand weet het, maar Henk is eigenlijk al dood.’
Ik sperde mijn ogen open.
‘Henk moet zich iedere dag weer melden in zijn kist om vijf uur. Als Henk zich niet meldt, zwaait er wat voor hem en niemand weet wát. Daarom zie je Henk ook nooit
’s nachts of ’s avonds, want dan ligt hij onder de grond.’
Inderdaad, dat was waar, ik zag Henk nooit ’s avonds. Maar ja, dat kon natuurlijk helemaal niet, want dan lag ik in bed. Zo ver dacht ik echter niet en wilde ik ook niet denken. Het feit dat Henk levend over straat liep terwijl hij eigenlijk dood was, vond ik zó boeiend, dat ik het geheim voor mezelf wilde houden. Ik heb het nooit aan iemand verteld. Nu pas, na ruim een halve eeuw. Zó lang droeg ik dat geheim met me mee.
Het geheim van Henk van der Oord.
Toch bleef me het fascineren dat sommige mensen er jonger en anderen juist ouder uit zagen. Net alsof dat uiterlijk meer zei over die mensen dan over hun leeftijd.
Cor Kooij was er ook zo één. Een vriend van mijn vader, maar hij zag er ouder uit.
Op een dag vroeg ik mijn vader hoe dat kwam. Ik verwachtte weer zo’n spannend antwoord en het stelde me een beetje teleur dat mijn vader zei dat Cor Kooij springlevend was.
‘Maar’, zei hij, ‘Cor Kooij heeft ook een geheim.’
Mijn opwinding steeg.
Zijn stem werd zachter. ‘Cor Kooij ….’
Hij stopte even en keek spiedend om zich heen, alsof er gevaar was en alsof hij eraan twijfelde om dit geheim openbaar te maken.
Toen fluisterde hij:
‘Cor Kooij is de enige zoon ter wereld die ouder is dan zijn moeder.’