34. Dorpsverhaal 13. Harm Hees

Hij was de zwijgende naar Nierup geïmmigreerde Drentse kastelein van een van de oudste café’s van Nederland, de Roode Eenhoorn.
Harm hield niet van gezelligheid en iedere avond stipt om elf uur, vlak voordat de gezelligheid dreigde uit te breken, deed hij zijn cafédeur stevig op slot.
Een ander kenmerk van Harm was dat hij bij het afschuimen van het bier het schuim altijd in een kom streek dat naast het glas stond. Zo ontstond de grote vraag in het dorp: is het Harm-bier voor hergebruik of is het hygiëne?
Na de repetitieavond van de fanfare wilden wij, als jonge 17-jarige trotse corpsleden, iets van de muziek van onze eigen juist opgerichte jazz-band ‘The Maurits Boys’ laten horen. Terwijl alle aanwezigen vol spanning zaten te wachten, zetten we de cassetterecorder op de bar, deden de stekker in het stopcontact , drukten de knop in en onze muziek begon te spelen!
Edoch, na de eerste swingende tonen trok Harm hardhandig aan het snoer waarop de stekker op de grond viel. Het was nog ruim vóór elf uur. Beteuterd keken we naar ons abrupt onderbroken concert. ‘Dat doen we hier niet’, beval Harm.
Het was de enige zin die Harm die avond, en op vele avonden, sprak. En waarom-vragen bestaan niet in Drenthe. Laat staan antwoorden.
Mijn vader had nogal de gewoonte om met het personeel van zijn fietsenfabriek op de vrijdagavond tot uiterlijk elf uur bij Harm Hees te bivakkeren. Hij vond dat gezellig, al begrepen wij niet waarom.
Tijdens een zomervakantie had mijn vader eens het aparte idee opgevat om de broer van Harm Hees op te gaan zoeken. Die had ook een café. In Drenthe.
Vol verwachting traden mijn vader, moeder en hun vier kinderen het Drentse café van de broer van Harm Hees binnen. In vakantiestemming.
Een vrouw stond achter de bar. Mijn vader stelde zich hoopvol voor en vroeg of de eigenaar, de broer van Harm Hees, ook aanwezig was. Wij installeerden ons inmiddels gezellig aan de bar met het voltallige gezin.
De vrouw wendde haar hoofd naar een kamer achter het café waar de beoogde broer zou moeten zitten. Ze riep: ‘Hier zijn mensen uit Nieuwe Niedorp!’
Lange stilte. Niets.
Daarna riep ze harder: ‘Van je broer Harm!’
Nóg langere stilte.
Toen hoorden we, héél ver weg, uit die verre kamer, een verre stem.
Een Drentse stem.
En die Drentse stem zei: ‘Oh.’

Dat is alles wat ik weet van de broer van Harm Hees.
We troffen het nog met Harm. Die ging om elf uur dicht. Zijn broer niet.
Die ging niet eens ópen.

Plaats een reactie