44. Dorpsverhaal 22. Dorpsfiguren (3)

Buiten het dorp, aan de Langereis, woonde Simon Modder, de vrachtrijder die ook een kruidenierszaakje had aan huis, inclusief de bijbehorende mentaliteit.
Op zijn oude dag kwam Simon graag in de garage van Peereboom waar de monteurs Jan (Pep) van Herwerden en Jan Slijkerman sleutelden aan auto’s en bussen. Kennis hebbend van het karakter van Simon, legde Jan Slijkerman eens een kwartje op de grond, vlakbij de plek waar hij sleutelde. Simon kwam langs, stond te kijken naar het interessante gesleutel van Jan en ontwaarde toen het glinsterende kwartje op de besmeurde grond.
Stiekem, niemand mocht het zien, zette hij voorzichtig zijn voet op het kwartje. Nu moest hij het alleen nog pakken. Hij keek naar Jan die dóór sleutelde en langzaam begon de oude Simon zijn stramme lijf te bukken naar het kwartje op de grond. Toen hij halverwege zijn koortsachtige gebuk was, begon Jan plotseling op zijn broekzakken te slaan ten teken dat hij iets zocht. Jan zei ontzet:
‘Nôh Simon, nou schrik ik toch. Ik ben een kwartje kwijt. Het zal toch hier ergens in de garage moeten liggen.’
Simon schoot recht overeind en met tegenzin en met groot chagrijn haalde hij zijn voet weg en zei zwaar teleurgesteld: ‘Nou, hier ligt het.’
En Simon, de kruidenier van de Langereis, keek hoopvol naar Jan als de vinder van een verloren schat die een dankbare beloning verwacht van het innig gelukkige slachtoffer van het zoekgeraakte geld.
En Jan, hij sleutelde door.
En Simon, hij verliet de garage.
Zijn dag verpest.

Geïnspireerd door kruidenier Modder besloten Ruud Harberts, de zoon van keeper Piet,
en ik om een bericht te plaatsen in het Niedorper weekblaadje. Advertentiekosten: twee gulden vijftig. Ik schreef mijn advertentie:
‘Kwartje verloren. Op de Laagzijde. Tegen beloning terug te bezorgen bij Dick Stammes.’
Ruud zette tegelijkertijd zijn bericht in dezelfde uitgave van hetzelfde blaadje:
‘Kwartje gevonden. Op de Laagzijde. Tegen advertentiekosten op te halen bij Ruud Harberts.’
Na de plaatsing van de advertentie bij vrouw Bezuijen, belde ze me direct na publicatie heel attent op:
‘Ruud Harberts heeft je kwartje gevonden en je kunt het ophalen bij hem. Op de Laagzijde’
En ze voegde er trots aan toe:
‘Het is toch maar goed dat er een Niedorper blaadje bestaat, hè?’

Een dorpsfiguur ‘hors catégorie’ was Piet Oud. Hij ontsteeg alle voorwaarden voor een dorpsfiguur. Piet Oud deed alles wat god streng verboden en oogluikend toegestaan had. Hij was ondernemer, kastelein, evenementenorganisator, kapper, taxichauffeur, trouwde en hertrouwde en was tevens minnaar. Hij runde patatkramen, organiseerde autocrosses, introduceerde de Smiths Chips in Nederland en zette lastige klanten eigenhandig uit zijn café. Hij zat nooit stil, kende de hele kop van Noord-Holland en organiseerde als eerste een Nieuwjaarsbal voor 1100 gasten in zijn dorpscafé.
Piet had ook nogal de gewoonte om na een geboekte bruiloft in zijn zaak pas een paar jaar later of in het geheel geen rekening te sturen. In plaats van dat Piet aanmaningen stuurden aan zijn gasten, stuurden gasten aanmaningen naar Piet met de vraag waar de rekening nou toch bleef.
Verder had Piet een eigen radiozender, die op een zondagmorgen plotseling uit de lucht werd gehaald door de radio opsporingsdienst, was hij redacteur van de Schager Courant, organiseerde hij het jaarlijkse bietenbal waarbij de grootste biet van de nieuwe oogst een hoofdprijs kreeg onder het toeziend oog van minimaal duizend kritische boeren uit de omtrek, en, last but not least, was Piet de enige die de burgemeester van de gemeente, de heer Anker, persoonlijk bij hem thuis knipte.
Inderdaad, een volstrekt unieke man, ook al was hij niet één van ons.
Net als Jan van Dijk behoorde hij tot de ‘spreeuwen’, de bewoners van het naburige dorp Winkel, die in het algemeen minder aardig waren dan wij. Zo bevestigden we elkaar al eeuwen. En ze hadden maar één écht dorpsfiguur: Piet Oud. Armzalige score.
Maar eerlijk is eerlijk: Piet Oud telde voor drie.

Plaats een reactie