58. Dorpsverhaal 36. De miljardair en de dikke vrouw

Er woonden bijzondere vrouwen bij ons op het dorp en één daarvan was Aaltje Tuinman.
Ze woonde tussen garage Peereboom en de familie Sepers in. Sommige jongens beweerden stellig dat Aaltje wel duizend gulden had! Dus besloten we dat ze miljardair was.
Ze was óók miljardair, omdat haar huis altijd donker was. Geen licht, alleen een radiolichtje. Typisch miljardairsgedrag. Wij zouden dat anders doen, als we later groot en rijk waren. Grote lichten, daar ging het ons om en we riepen: ‘Later? Grote lichten!’ En rijk. Maar dat was al een uitgemaakte zaak.
Zo riepen we wel meer.
‘Die vrouw van Sinus Veldhoen is ploft’, zei mijn neef Hans, de zoon van ome Kees.
Geploft.
Hans kon het weten, want hij woonde er vlakbij, dus geloofden we hem meteen. Je ploft als je te dik bent en dát was de vrouw van Sinus. Véél te dik. Het verbaasde ons dat ze al niet eerder geploft was.
Wat ons nog meer verbaasde was dat de vrouw van de kolenboer nooit plofte. Dat was vrouw Dijkstra, de allerdikste, die tegenover de school woonde, de O.L.S. .
Tussen haar huis en de kolenschuur was een smal steegje en het verhaal ging dat ze op een dag vast raakte in dat steegje en geen kant meer op kon. Ze hebben de muren van het steegje moeten weghakken en toen kreeg ze pas weer lucht.
Maar ze bleef dik en plofte niet.
Vanuit de klas zag ik haar later eens door het steegje lopen. Niets aan de hand!
De steeg was veel breder dan vrouw Dijkstra en dat viel me tegen. Ik was verbaasd dat ze gewoon doorliep zonder vast te raken. Maar het verhaal bleef waar, want mijn vrienden hadden het zélf verteld en die konden het weten. Zoals gezegd, ze woonden er vlakbij.
Net als bij de vrouw van Sinus.

Plaats een reactie