Jarenlang zwaaide dirigent den Das de scepter en de dirigeerstok over het korps.
Hij had zo zijn voor- en afkeuren:
‘Wat is erger dan een sopraansax? Twee sopraansaxen!’
En hij had dorst.
Toen hij in beschonken staat in de auto naar huis werd gebracht, zat hij de hele rit op zijn knieën op de achterbank en keek glazig uit het achterraam naar buiten. Thuis aangekomen wankelde hij uit de auto en schudde zijn chauffeur dankbaar de hand:
‘Wat kan jij geweldig goed achteruitrijden. En zo láng!’
Het fanfarekorps zou later pas professioneel gaan spelen, leren marcheren en promoveren door Theo van Herwerden. Theo was een van de zeer zeldzame jongens in het dorp die aan zijn militaire diensttijd een zinvolle invulling gaf. Niet door te schieten of te vechten, maar door bugel te spelen in de militaire kapel en te leren marcheren. Theo vond muzikaal oorlog voeren wel relaxt.
Op mijn dertiende speelden we echter met het korps achterop een vrachtwagen door de straten, omdat één ouder lid niet goed ter been was. Om de afstand tussen twee dorpen snel te overbruggen gaf de chauffeur plotseling volop gas en vlogen alle muziekpapieren van de standaards de berm en de sloot in.
Iedereen stapte geroutineerd en enigszins verveeld van de wagen om papier te gaan rapen, want het was niet de eerste keer dat dit gebeurde, ondanks de vele notulen die hier al aan gewijd waren.
De penningmeester pakte zijn afgebroken takje uit zijn binnenzak, liep naar de sloot, reikte met het takje naar het papier en viste met bekwame en ervaren hand zijn eveneens wat vermoeid kijkende muziekpapier eruit. Hij wreef het droog over zijn kleren, klom weer op de wagen, pakte een knijper, pinde het papier vast op de standaard en keek om zich heen.
Vol vertrouwen.
Echter, het oudere lid en zijn been stierven en we gingen marcheren.
Omwenteling!
Op een donkere avond marcheerden we over straat en bliezen, op de aanwijzingen van Theo, in gelid en in strakke uniformen als een professionele militaire kapel bij het licht van brandende fakkels.
De fakkels waren niet alleen romantisch, maar dienden tevens ter verlichting van de noten op het muziekpapier. Kwestie van praktisch denken en uitvoeren.
Tót het begon te regenen en de fakkels doofden. Toen bleef er voor de ijverige muzikanten niets anders over dan razendsnel uit het strakke gelid te treden en in groepjes rondom de verlichtende lantaarnpalen te gaan spelen om nog enigszins de noten op de papieren te kunnen ontcijferen.
Ja ….
Het was een fanfare, maar improviseren kónden ze.
Jazz!