61. Dorpsverhaal 39. De man mét gevoel en zónder regels

En er was Wouter Brander. 
Wouter bezat meerdere persoonlijkheden. 
Hij was heel technisch, briljant monteur en zowel anarchist als min of meer pacifist.
Hij had het unieke vermogen twee talen vloeiend naast elkaar te spreken en zei dan in hoogdravend Nederlands: 
‘Ja, kijkt u eens hier meneer, we hebben pacifisme nodig als tegenwicht tegen het gewelddadige kapitalistische systeem. We dienen heldere keuzes hieromtrent te maken, begrijpt u?’ 
En een tel later, als hij een mooie vrouw zag, sloeg hij plotseling om en riep uit:
‘Nôh, kaik nou urs wat un vurlegen pittig waifie deer loopt! Zuks hewwe wu toch nôdig hier, mense!’
Wouter was nerveus, praatte veel, luisterde minder en verzon verhalen die nooit waren gebeurd. Ik had dat eerst niet door, want ik geloofde hem. Totdat hij een gebeurtenis vertelde waar ik zelf bij geweest was en wat een totaal ander verhaal bleek te worden dan ik gezien had en veel mooier was.
Jazz.
Wouter liep zwierig, vooral als hij het naar zijn zin had of vond dat hij een geslaagde opmerking had gemaakt. Dan zweefde hij bijna. Het hoofd wat scheef naar links, de rechterschouder opgetrokken, de rechteronderarm horizontaal en het handje slap naar beneden hangend. Artistiek. 
Hij biljartte zoals hij muziek maakte: improviserend. Maar ik zoek naar een beter woord. Nauwkeuriger. Preciezer. Hij maakte stoten die nooit iemand eerder had gemaakt en hij herhaalde ze niet, want het ging niet om de overwinning bij Wouter, maar het ging om de uitvinding. 
Ja, dát is het woord, dát was zijn échte vak: Uitvinder.
Zijn allergrootste uitvinding creëerde hij tijdens een jaarvergadering van de Fanfare. Het jaar daarvoor had hij zich beschikbaar gesteld als secretaris en werd belast met het maken van de notulen van de vergaderingen. 
Geen geringe taak. 
Toen volgens de door hemzelf opgestelde en verstuurde agenda van de volgende vergadering de notulen aan de beurt waren, werd door een kritisch lid de vraag gesteld waar die waren. Wouter nam het woord en zei in zijn hoogste Standaard Nederlands: 
‘Meneer de voorzitter, het spijt me. Ik heb me tijdens de laatste vergadering zo laten gaan en me in al mijn enthousiasme zozeer gemengd in de discussie dat ik geen tijd kon vinden ook nog de notulen bij te houden. De notulen blijven derhalve dit keer achterwege. Mijn welgemeende excuses hiervoor.’ 
Wij, zestienjarigen, konden wel juichen. Notulen! Papier met regels, en met sub A en sub B, en leden die op punt sub C wilden terugkomen, en boze blazers die kommaneukten en miereneukten om agendapunt 4 of 5 van een vergadering van vorig jaar. 
En Wouter? Geen notulen! Hij had ze gewoon niet! 
Hogere vormen van vrijbuiterij en anarchisme zijn hierna nooit meer ontdekt in het land der muziekkorpsen. 
Wouter verliet het korps. De anarchist had zijn revolutie gepleegd.
Zijn top was bereikt. En zijn vrede.
Min of meer.

Plaats een reactie