Zoals we bespraken in het vorige hoofdstuk zijn we inmiddels via
a. Het voorgesprek
en
b. De inleiding
aangekomen bij
c. Het vervolg op de inleiding van het gesprek.
Het vervolg op de inleiding, dat deel uitmaakt van het voorgesprek, gaat dan bijvoorbeeld als volgt. En denk eraan: we zijn in Westfriesland, de koffie pruttelt en we hebben álle tijd van de wereld.
‘Ken jij Siemen van der Oord nog?’
‘Siemen van der Oord?’
‘Ja, Siemen van der Oord ja.’
‘Is dat niet die man die getrouwd was met Pleuntje Speets?’
‘Ja, maar dat was zijn tweede vrouw.’
‘Ôh. Wie was dan zijn eerste?’
‘Dat was Trui Wit, maar die is jong overleden en Siemen was nog niet uitgekeken.’
‘Ja nogal wiedes. Zeg, Siemen woonde toch bij de school?’
‘Nee, dat was zijn broer, Cor.’
‘Ôh, maar hij hád daar toch gewoond?’
‘Nou, hij woonde eerst een tijdje vlakbij de kerk, maar dat beviel hem niet zo.’
‘Ôh, waarom niet?’
‘Er was teveel lawaai daar, zei Siemen. Hij verhuisde toen naar de Zaagmolenstraat, nog voordat die straat verlengd werd met nieuwbouw. Hij woonde aan het eind, in zo’n wit huisje. En daarachter stond vroeger de oude zaagmolen, waar de Zaagmolenstraat naar vernoemd is.’
‘Waar is dat precies?’
‘Nou, als je langs Rein Rougoor loopt, je weet wel, de postbode die ook kapper is, en waar die nieuwe meester Oosterhof in de kost is, en dan even verder, aan het eind.’
‘Daar woont toch die familie van Gelder?’
‘Ja, nou, dáárachter.’
‘Je bedoelt, waar nu Rinus Kossen woont en ook Bertus Bos?’
‘Ja, precies daar ja.’
‘Is dat die Siemen van der Oord die in de Kalverstraat in Amsterdam liep en een blaffend hondje zo’n enorme trap gaf dat die door de lucht vloog?’
‘Ja, precies, die ja.’
‘En die Siemen van der Oord is toch nog familie van Trudy Band?’
‘Trudy Band?’
‘Ja, de vrouw van Jan van Herwerden.’
‘Van de garage van Peereboom?’
‘Nee, dat is de andere Jan van Herwerden. Van de benzinepomp. Ik bedoel Jan Pep. Van de fanfare.’
‘Ah, die Jan. Ja, die ken ik wel. Barre kerel.’
‘Ja, zeker, barre kerel. Nou, zijn vrouw is Trudy Band, je weet wel, van de gymvereniging Sparta, die gaf les met Gon Keetman en Geertje Hannema.’
‘Geertje? Die later pedicure werd?’
‘Ja, die ja.’
‘Nou, de moeder van Trudy Band is een van der Oord, Geertje van der Oord. En haar man was Piet Band.’
‘De olieboer uit Winkel zeker?’
‘Precies.’
‘En die Geertje van der Oord was de dochter van Siemen van der Oord. Dus Siemen is de opa van Trudy Band.’
‘Oh vandaar. Is het trouwens Trudi met een i of Trudy met een y?’
‘Volgens Jan Pep is het officieel Trudi Band met een i. Zo staat het tenminste in haar geboorteakte. Maar, zo schreef Jan eens in een ingewikkelde brief aan iemand, toen Trudi met Jan ging trouwen moesten ze die naam iets deftiger maken, omdat Jan in een oeroud aristocratisch milieu was opgevoed en daar was geen plaats voor eenvoudige ambachtslieden waartoe haar familie behoorde. Daardoor is het Trudy geworden. Met y.’
‘Is dat echt waar?’
‘Nou ja, Jan heeft dat geschreven aan die persoon in zijn ingewikkelde brief, dus dan zal het wel zo zijn.’
‘Oh ja, ik snap het. Jan aristocraat, oeroud, dat wist ik niet.’
‘Nee, Trudy ook niet. Zo zie je maar.’
‘En die kinderen van Jan en Trudy, die zie ik nooit meer. Waar zijn die?’
Die wonen in Alkmaar.’
‘Oh ja, dat gaat tegenwoordig zo hè, ze gaan allemaal weg die jongeren.’
‘Ja, dat is zo. Maar goed, ik had het over Siemen van der Oord. Barre kerel. Luister.’
En nu pas is de luisteraar voorzien van voldoende informatie en klaar voor wat komen gaat. Hij leunt achterover en luistert naar het verhaal.
Het verhaal over Siemen van der Oord:
In de dertiger jaren van de 20e eeuw ging de toenmalige jeugd op de zaterdag- en zondagavond ‘stappen’. Het was dan de gewoonte om bij thuiskomst, vaak diep in de nacht, nog even na te praten over de beleefde gebeurtenissen. Deze bijeenkomsten vonden plaats in de ‘Kerrukkekestreit’, het plein voor de N.H. kerk.
Op één van die nachten kwam er iemand op het onzalige idee om een deksel van een putje van de riolering te lichten en hiermee langs het gietijzeren hek van de kerk te lopen, hetgeen natuurlijk tot in de verre omtrek een hels kabaal veroorzaakte. De mensen die daar in de buurt woonden werden allemaal gestoord in hun nachtrust en er werd heel wat gemopperd, want dit was toch geen manier van doen.
Op de één of andere manier werd er politiewerk van gemaakt en een paar van de boosdoeners moesten in Alkmaar voor de rechter verschijnen. Vlak naast de kerk woonde toen Siemen van der Oord. Deze man was getuige, want iemand had hem daar die nacht gezien toen hij het hele gedoe stond aan te kijken. Toen hij voor de rechter als getuige moest verschijnen en deze hem vroeg:
‘Getuige van der Oord, wat heeft u die bewuste nacht vernomen?’,
antwoordde Siemen:
‘Edelachtbare meneer de rechtbank, ik heb die nacht slechts enig geritsel gehoord, maar meer ook niet.’
Op het gelaat van de rechter verscheen een lach, hij bedankte Siemen voor de getuigenis en sprak de lawaaimakers vrij.
Zo vestigde zich de faam van Siemen van der Oord als de Don Corleone van Nieuwe Niedorp. Vér voor de verfilming van ‘The Godfather’.