69. Dorpsverhaal 47. Onzichtbaar

Voorheen vond ik alles en iedereen in Nierup heel normaal. Later veranderde dat en begon ik steeds méér mensen steeds mínder normaal te vinden. Zelfs abnormaal.
Zo vond ik voorheen onze melkboer Henk Bruin en zijn melkboerin Riet Bruin hele normale mensen. Gewoon, aardig, gezellig. Getrouwd, kinderen, melkzaak. Wat is er normaler dan dat? Ze deden ook altijd heel normaal: hard werken, lachen, bezorgd zijn, feestvieren, meedoen met dorpsactiviteiten en wonen in een normaal huis.
Iedereen vond het heel normaal dat hun deuren altijd gastvrij openstonden en dat veel jongeren daar tijdens Floralia’s en kermissen in en om het huis rondliepen, neerploften op stoelen en banken of bleven zitten om te kletsen. Die jongeren vonden het toen ook heel normaal om niet Henk en Riet te zeggen maar: vader en moeder Bruin.
Als er avonturiers een jaar of langer op reis gingen naar verre vreemde streken, dan ontvingen zij in die tropische landen lange en warme brieven: van Henk en Riet Bruin. 
In een rampjaar namen ze kinderen op die hun moeder waren verloren en hun vader kwijtgeraakt. Vader en moeder Bruin vonden het heel normaal dat ze klaarstonden toen de nood het hoogst was, opvang in hun eigen gezin regelden en liefde gaven.
Een leven lang.
Engelen bestaan en ze wonen vlak bij ons in de buurt. Ze verkleden zich dagelijks als normale mensen, omdat ze niet van opvallen houden. Toch zijn ze gemakkelijk te herkennen, aangezien verklede engelen in wezen maar één ding doen: wijzen naar ons eigen hart. 
In een land waarin de stelregel is ‘doe maar gewoon’, is dit inderdaad erg ongewoon.
Zelfs abnormaal.

Plaats een reactie