72. Dorpsverhaal 50. Naastenliefde

‘God helpt ons, volgens Cees van der Bijl. Cees gelooft namelijk in God. Ja, ja …’
Zo vertelde mijn ongelovige vader. 
Deze zin maakte indruk op mij. Geloven in God. Allemachtig! 
‘Jullie gaan komend weekend naar de zondagsschool.’
Zo besliste mijn nadenkende moeder. 
‘Van Cees van der Bijl.’ 
‘Maar …. ‘, probeerde mijn vader.
Met een dubbele boodschap in mijn hoofd en met een dubbeltje in mijn 
6-jarige knuistjes liep ik met mijn broer Niko naar de oude Nederlands Hervormde Kerk waar, volgens ons, Cees van der Bijl woonde die in God geloofde.
De kleintjes gingen met de vrouw van Cees van der Bijl mee naar haar mooie, knusse huis tegenover de kerk. Ik dacht dat volwassenen alleen bestonden om je lastig te vallen, maar de vrouw van Cees van der Bijl (vrouwen hadden nog geen voornaam) deed iets bijzonders: ze luisterde naar je en ze stelde je vragen. En … ze vertelde prachtige verhalen! 
Zó mooi dat je ze geloofde. 
Toen we na de zondagsschool huiswaarts keerden vroeg ik aan Niko: 
‘Geloof jij nu in God?’
Peinzend antwoordde hij: 
‘Ik weet nog niet zeker of hij bestaat, maar hij bedenkt in ieder geval wél spannende verhalen!’
En de volgende zondag zaten we er weer. In het huis van de vrouw van Cees van der Bijl die mooie verhalen vertelde en tegenover de kerk van de man van Jans Vermeulen die in God geloofde. 
Negenendertig jaar later loop ik met een droevige boodschap in mijn hoofd en met een rouwkaart in mijn 45-jarige knuisten met mijn broer Niko naar de nieuwe Nederlands Hervormde Kerk, waar een oude bekende zijn woning gastvrij voor ons openstelt.
En Cees helpt ons.

3 gedachten over “72. Dorpsverhaal 50. Naastenliefde

Plaats een reactie