79. Dorpsverhaal 60. De beeldschone dame

Ik noemde Bert Kuiper nooit Bert Kuiper. Ik noemde Bert altijd: Scherts Terzijde.
En later gewoon Scherts. ‘Hoi Dick.’ ‘Hoi Scherts.’
Onze begroetingen waren kort en efficiënt, teneinde snel tot de kern van alles te komen. Tijd is kostbaar. Leven ook.

Een acteur die je persoonlijk kent, wordt nooit een echte acteur. Hoe hij ook zijn best doet, zijn échte persoon schijnt voortdurend door de rol heen en is altijd sterker aanwezig dan de rol die hij geacht wordt te spelen.
Dit fenomeen zag ik in de jaren tachtig eens voor mijn ogen gebeuren in de ‘Prins Maurits’ tijdens een toneelvoorstelling van Cicero. Bert Kuiper speelde die avond met grote verve zijn rol van heldhaftige kapitein met vlijmscherpe sabel en vuurrode mantel die rust en rechtvaardigheid moest brengen in een bekvechtende familie. Aangezien Bert niet al te groot van stuk was en de sabel die hij droeg nogal groot, gaf dit de scène van Bert-met-sabel-en-rode-mantel een ietwat wonderlijke aanblik. Vooral toen Bert als kapitein plotseling (heel hard en boos en orde op zaken stellend) uitriep: ‘Scherts terzijde!’
Omdat Bert een zachte stem had, was deze heldhaftige uitroep vrij lastig hoorbaar en verdwenen zijn dappere woorden al snel in de ijle lucht. Je zou kunnen stellen dat de rol van kapitein lichtelijk disproportioneel gespeeld werd door Bert. Evenals zijn attributen.
Deze zin ‘Scherts terzijde!’ is me altijd bijgebleven, niet alleen door haar buiten de tijd staande deftigheid, maar vooral doordat de hele donkere zaal met al die volwassen mensen aldoor maar zo enorm serieus bleef kijken met een blik alsof het heel normaal was dat Bert heel hard en heel zacht ‘Scherts terzijde!’ riep.
En plotseling rolde toen, middenin deze fameuze Bert-zin en middenin die bloedserieuze zaal, de zwoele lach van een beeldschone dame in het publiek.
Iedere twijfel verdween.
Bert kon niet meer terug.
Zijn reputatie als door vrouwen aanbeden held met opgeheven zwaard was definitief gevestigd. Op het toneel, in het licht.
Sinds deze wereldscène op het lichte toneel voor het donkere publiek, noemde ik Bert altijd Scherts Terzijde. Wetend dat zijn enige échte beeldschone dame hem al een leven lang bewonderend toelachte. En hij haar. Op en achter het toneel, in licht en in donker. Overal. Dáárom stond Bert daar!

Bert leefde samen met zijn Wil op wijze wijze. Een écht persoon die het dorpse leven zowel actief betrokken als mild schertsend terzijde aanschouwde.
En daardoor voorbij de uiterlijkheden kon kijken en door de rollen heen kon schijnen. En daardoor háár ziel zag. Kostbaar, tijdloos, levend, tot in de dood.
En nóg verder.
Dát was Bert.

Plaats een reactie