Historisch feit (1)
Op een herfstige avond in 1972 stapt een klein mannetje het knusse dorpscafé
de ‘Roode Eenhoorn’ binnen. De tot Westfries genaturaliseerde Drentse immigrant Harm Hees kijkt de man vanachter zijn tapkast stilzwijgend aan.
Het mannetje ziet er zó oud uit dat zelfs de bejaard geboren Henk van der Oord erbij in het niet valt. Hier komt nog bij dat de kromme korte man een gloednieuw en immens groot pak draagt. Terwijl hij hijgend en puffend op een barkruk klautert, zwabbert zijn grote nieuwe kostuum om zijn kleine oude lichaam.
Eén kruk verder zit Dik Peetoom. Dik neemt de ruim bepakte senior met grote ogen op en vraagt: ‘Zo jôh, hejjum op de groei kocht?’
Historisch feit (2)
Op een lentezondag in 1971 slingert een scorende midvoor van Nierup zich dolblij aan de doellat. Die breekt.
Slagvaardig arbiter Herman Harberts verwijst de elftallen direct door naar het pas geopende B-veld. Alvorens de wedstrijd te hervatten, spreekt hij de spelers streng toe met de memorabele woorden:
‘Jongens, scoren mag, maar niet aan de lat hangen hè, want de doelen zijn op.’
Historisch feit (3)
Het is 1983.
Een stamgast gaat iedere zondag naar de warme dames op de Achterdam in Alkmaar en verdrinkt daarna zijn blijdschap in het dorpscafé ‘Prins Maurits’.
Op een dag komt hij in iets andere stemming binnen dan gebruikelijk en dorpshuisbeheerder Jan Stammes vraagt hem wat er is gebeurd.
Hij begint: ‘Ik ga vezellef altoid naar die nummer achtenvoiftig.’
Jan vraagt nog: ‘Zijn de dames tegenwoordig genummerd dan?’,
maar de barklant zegt dat hij het huisnummer bedoelt en vervolgt:
‘Ik zag een mooie nieuwe moid, maar toen ik binnen was vroeg ze de dubbele prois
en toen skeet ik in bed.’
Jan vraagt: ‘Waarom scheet je in bed dan?’
Hij antwoordt: ‘Omdat ik razend was vezellef.’