Jaar: 1973.
Plaats: Stadsgehoorzaal Leiden.
Net op het verstilde moment dat dirigent Nico Braas zijn baton opheft voor de ouverture door Niedorps Fanfare, stelt schoenmaker Henk Dekker vanaf het balkon zijn oude luidruchtige filmapparatuur op stalen statief in werking om het muzikale spektakel te vereeuwigen.
PRRRRRRRRR ……
Braas slaat ogenblikkelijk af, draait zich om, en roept dwars door een stampvolle Leidse zaal heen: ‘Henk! Stoppen daarmee!’
Aangezien Henk al enige weken intensief met de technische voorbereidingen van zijn filmopnames bezig was geweest, duurt het een tiental tergend taaie minuten alvorens men de schoenmaker het gewaagde idee uit zijn hoofd kan praten.
Dit adembenemende tafereel speelt zich af onder de verbijsterde blik van de volle zaal, het voltallige orkest én de kritische juryleden.
Niedorps Fanfare heeft altijd geleefd op het snijpunt van grote ambities en dorpse gezelligheid.
Zo was daar in de jaren vijftig het legendarische fanfarelid Arie Mijts, de uitbater van ‘Het Wapen van Nederland’ op ’t Verlaat.
Na iedere fanfare repetitie bleven Arie Mijts en dirigent den Das met z’n tweetjes naborrelen. Den Das klom dan als eerste op het mini-toneeltje met Arie als enige toeschouwer in het middernachtelijke piepkleine zaaltje. Den Das begon daar zijn ter plekke verzonnen voordracht onstuimig te declameren, waarna Arie een staande ovatie bracht aan de dappere dirigent en zij beiden proostten op het behaalde succes. Hierna wisselden zij van plek en herhaalde hetzelfde schouwspel zich in omgekeerde rollen.
Na zo’n lange avond werd de handelingsonbekwaam geworden den Das eens door welwillende buren achterin de auto geladen. Toen de beschonken concertmeester twintig kilometer lang achterstevoren op knieën op de achterbank door het achterraam had getuurd, kwam men op de thuisbestemming aan. De dirigent tuimelde ruggelings uit de wagen, stond waggelend op, omhelsde de chauffeur en sprak dankbaar:
‘Je benne een merakel beste stuurder, man. Ik heb nog nooit iemand zó lang
zó hard achteruit zien rijden. Mijn complimenten!’