‘Het Bos’, dat was in de jaren ’60 de gedeelde boomgaard van Hans Peterse en Jan Kater waarin wij, Sliksteeg jongens, naar hartelust kloetsprongen, in bomen klommen en elkaar als cowboys en indianen zowel dood als weer levend schoten.
Na de vernietiging van Het Bos kwam de nieuwbouw, de Zaagmolenstraat, met, zo bleek al snel, nogal unieke bewoners.
Zo woonde daar Guurt Breed, oorspronkelijk uit ‘de Lange Jammer’, die haar welluidende stem regelmatig liet galmen door de buurt, zodat iedereen per minuut wist wat er zich in huize Breed afspeelde. Op een dag hoorden we Guurt luidkeels roepen: ‘Arjen doe die deur dicht, ut saaigt an me pôte!!’
En tot vér voorbij ’t Hoefje en West-Europa reikte Guurts pedagogische stemgeluid.
Naast Breed woonde de familie Dekker.
Man Roel was en is uiterlijk volwassen, maar innerlijk een kwajongen met geweer om te schieten (wat wij vreesden) en motor om te prutracen (wat wij bewonderden).
Man Roel trouwde ooit met vrouw Rina. Rina was en is er altijd en deed wat nodig was zonder ophef te maken. Ze was vriendelijk en behulpzaam en toen ik vele jaren later met haar achter de bar in de Prins Maurits werkte, begrepen we elkaar zonder woorden waarbij een enkele blik of knipoog voldoende was.
Er zijn van die vrouwen die niet enorm opvallen, maar juist daardoor zo eeuwig zijn. Zonder hen, zonder hun stille waakzame arbeid, wordt niets volbracht.
Soms heb ik het idee dat bepaalde mannen niet zozeer getrouwd zijn met een vrouw, maar beschermd worden door een engel. Zoals de mannen in de Zaagmolenstraat, waar heilige vrouwen woonden die tijdig zagen wat mis dreigde te gaan vóórdat mannen ook maar iéts opmerkten. Engelen die nooit beloond werden, omdat ze zo vanzelfsprekend aanwezig waren.
Misschien zijn engelen wel échte engelen als mannen niet zien wat zij wérkelijk doen.
Toch zijn ze er altijd.
Je eigen vrouw.