We schrijven 1982.
Mijn ouders zwaaien sinds 1976 vol verve de scepter in dorpshuis en café de ‘Prins Maurits’.
Enkele dagen vóór de jaarlijkse kermis heeft mijn vader een lumineus idee, maar hij houdt dit stil voor bijna iedereen. Thuis fluistert hij het mij in vertrouwen toe.
Ik zwijg als het graf.
Op kermisochtend zitten stamgasten Guus Wiemeersch, Jan Pep, Henk Limpers en nog enkele klanten aan de bar. Plotseling komt mijn volstrekt atheïstische vader in katholieke monnikspij vanuit de duistere drankenkoeling midden in de lichte bar gestapt. Hij begint water vanuit de spoelbak op de hoofden van de klanten te sprenkelen en zegt plechtig op z’n zachte gee Limburgs:
‘Dit café is mijn kerk, ik ben Frater Jan en ik zegen jullie voor de Nierupper Kermis en de Ronde van Nierup.’
Ik zie nóg voor me hoe de voltallige bar het uitschatert van de lach.
Hij wijst naar de in het complot betrokken Guus Wiemeersch (die hij altijd zijn ‘meesterknecht’ noemde) en zijn broer Kees en roept: ‘En jullie gaan met me mee als hulpmonniken.’
Hij pakt nog twee monnikspijen uit het papier en zo gaan ze gebroederlijk met z’n drieën als vrome monniken op weg naar de Nierupper Wielerronde.
Vlak voordat het wielerspektakel zou losbarsten, kijkt mijn vader vanaf de startstreep recht omhoog richting hemel, maakt een zegenend gebaar naar het publiek en vertrekt dan totaal onverwachts en pijlsnel als eerste van de renners.
Het organisatiecomité blijft verbijsterd achter, zonder nog maar één startschot te hebben gelost. Monnik Jan wil in ieder geval, al is het maar één keer in zijn leven, drie seconden vóór de rest uitrijden en dat lukt wonderwel. Het zijn misschien zelfs víér tellen als triomferende monnik volstrekt alleen aan kop van het getrainde peloton!
Welke monnik in Nederland kan dit zeggen?
Fietsend door Zwagermanstraat, Kostverlorenstraat en Westerweg gaat Monnik Jan dóór met het zegenen van het lachende publiek langs de kant en stapt uiteindelijk, na maar liefst één volle ronde gereden te hebben, van zijn fiets.
Deze gedenkwaardige ronde van 800 meter duurt overigens ruim een kwartier. Een tijdsbestek waarin monnik Jan minimaal vijf maal ingehaald wordt door het voltallige peloton.
Na zijn ‘Het is volbracht’, blijft hij uitgeput aan de finish staan nahijgen naast zijn oude, niet optimaal voor wielerrondes geschikte Havrelux damesfiets. Dan bukt hij om zijn vermoeide monniksbenen te masseren, richt zich weer op en roept luidkeels:
‘Ik dank u, geachte mensen! Maar de plicht roept. Mijn kerk wacht op mij!’
Waarna hij terug gaat naar ‘zijn’ Prins Maurits om kermisband Shoreline te verwelkomen die die avond zou spelen.
Ja, het waren gedenkwaardige tijden!
Als zoon van zó’n vader ….