101. Fluisteringen van de ziel, 5

Ik ben 42 jaar en al tien jaar plezierig en succesvol werkzaam als leraar Frans, mentor, decaan en teamleider in het middelbaar onderwijs in Rijswijk. In de loop van dit jaar, 1998, begint een fluistering/aandrang/stem/dwingend gevoel zich van mij meester te maken die steeds sterker wordt. De aandrang zegt: ‘Stop hiermee, doe alles weg en ga op pad.’
Aangezien dit, gezien de huidige goede omstandigheden, me slecht uitkomt, probeer ik eerst nog binnen de kaders van het werk te veranderen en word ik voor twee dagen per week consultant bij het ICLON, de afdeling nascholing van de Universiteit van Leiden. De andere twee dagen ben ik decaan en leraar Frans op de school.
Dat klinkt vrij ideaal, maar ook dit werkt niet.
Sterker, ik stik bijna en alles beknelt me. Overal om me heen zie ik geen mensen, maar lijken en in plaats van kantoren en scholen zie ik doodskisten. Tevens wordt steeds duidelijker waarom dit allemaal gebeurt: ik wil/moet/verlang ernaar Thich Nhat Hanh te ontmoeten, een Vietnamees verlicht zenmeester die in Frankrijk de leiding heeft over een meditatiegemeenschap die leeft volgens de principes van geëngageerd boeddhisme en mindfulness.
Mijn zenleraar in Amsterdam, Nico Tydeman, had me in 1986 al eens verteld:

Als je God op aarde wilt zien lopen dan moet je naar Thich Nhat Hanh.’

Ik ken alle verhalen van oude Japanse en Chinese verlichte meesters uit vroeger tijden, maar ik wil nu wel eens een hedendaagse zenmeester in levende lijve ontmoeten en spreken. Het is alleen geen ‘willen’. Het is een existentiële noodzaak en er is geen ontsnappen meer aan. Ik ervaar ten diepste dat mijn hele leven op het spel staat, ook al kan ik de reikwijdte hiervan totaal niet overzien.
Ik doe alles weg wat ik heb: huis, baan, meubels, spullen. Ik heb alleen nog een rugzak met kleren, wat geld en een paspoort. En ik vertrek. Bezitloos en alleen.
De ontmoetingen met Thich Nhat Hanh, de gemeenschap van Plum Village in Zuid-Frankrijk en de jarenlange zenbeoefening, waarmee ik in 1986 in Amsterdam was begonnen, zullen de rest van mijn leven blijvend bepalen.
Bij deze verlichte meester en deze manier van Leven in Aandacht kom ik een nulpunt, helderheid en innerlijke vrede in mezelf tegen waar ik altijd onbewust naar gezocht had en die ik in onze maatschappij, mijn omgeving en bij anderen nooit kon vinden. Wellicht niet aanwezig is.
Ik woon, werk, mediteer en oefen drie maanden in Plum Village. Ik besef dat ik er niet moet blijven, maar mijn opgedane ervaring in de wereld moet gaan zetten.
Vervolgens ga ik acht maanden werken als gastheer op een camping in de Ardèche. Daarna blijf ik intuïtief volgen wat zich aandient en ga ik fruit plukken, achter de bar werken, word ik reisleider in Tibet en Nepal, en ga ik reizen door India en Sri Lanka.
Ook woon ik een paar maanden bij mijn moeder in Nieuwe Niedorp waar ik diepgaand besef dat alles wat me daar bekend is vanaf mijn geboorte er nog even is en dat ik er nog even van mag genieten. Ik voorvoel dat ook dit enorm lieve en vertrouwde snel definitief zal verdwijnen. En inderdaad, ruim een jaar later zullen mijn moeder en haar beste vriend, Dik Peetoom, kort na elkaar overlijden.
Na twee jaar van omzwervingen, ontmoetingen en werkzaamheden keer ik terug en krijg ik een baan als teamleider en leraar Frans aangeboden op dezelfde school in Rijswijk. Ik koop een woning in Delft.
Ik merk echter dat ik definitief ben veranderd en dat werken op de oude manier binnen de oude structuur niet meer gaat. Dit leidt tot een levenscrisis van enkele maanden. Hierna word ik counselor en zorgcoördinator, hetgeen me de mogelijkheid biedt in volle aandacht en zonder haast of tijdsdruk bij de leerlingen aanwezig te zijn. Toch gebeurt dit nog altijd binnen de kaders van het vaste stramien van het onderwijs, hetgeen wederom begint te knellen. Na enkele jaren verlaat ik het onderwijs om mijn eigen bedrijf in coaching te starten.
Wat niet meer te ontwijken is, is dat nulpunt van helderheid en vrede in mezelf dat alle verdere keuzes in mijn leven zal bepalen. Het is hetzelfde nulpunt als waarvan ik gewaar was geworden in dat bootje toen ik negen jaar was (zie Fluistering 1), alleen dit keer op dieper, gerijpter en bewuster niveau.

De uiterlijke wereld is de innerlijke reis.

Het lastige hiervan is dat de maatschappij veelal niet gericht is op dit vredige nulpunt. En tevens lastig is dat die maatschappij met haar angsten, haast en onbewustheid ook in mij zit. Ik bén die maatschappij.
Dit levert een permanent spanningsveld op waarin ik aan de ene kant mijn eigen gang ga en weg volg en tegelijkertijd aangesloten en betrokken blijf bij die maatschappij en mijn bijdragen, inzichten en kennis lever.
Oude manieren van werken zijn niet meer mogelijk, hetgeen tot verrassend nieuwe werkzaamheden, activiteiten en ontmoetingen leidt. Tevens betekent dit het onvermijdelijk afscheid nemen van vrienden en arbeid die niet meer bij mijn levensweg passen, het verstevigen van de banden met andere dierbaren en het verwelkomen van nieuwe mensen in mijn leven.
De beoefening van Zen, de meditatie, wereldreizen, de ontmoetingen met een verlicht zenmeester en de aandachtige dagelijkse levenswijze in een op bewustzijnsontwikkeling gerichte gemeenschap maakt hierna mijn eigen leven in een gehaaste wereld niet gemakkelijker, maar wél noodzakelijker, dieper, vervullender.
Het maakt tevens zowel het diepste zwart als het helderste licht in me wakker, waarbij ik inzie dat dit twee onafscheidelijke delen zijn die bij elkaar horen als links en rechts, hoog en laag. En leven en dood.
De fluistering, de roep van de ziel is compromisloos en heeft zo zijn onvermijdelijke consequenties.

Plaats een reactie