107. Mystieke vertelling 4. Het leven

Ze had zware jaren achter de rug. Het leven had harde klappen uitgedeeld.

Ze zei:

‘Het leven is perfect in ieder moment. Alle kinderen zijn in de kiem reeds oude mensen; alle zuigelingen hebben de dood al in zich; alle stervende mensen hebben eeuwig leven. En iedere foute daad of gedachte draagt het goede al in zich.
Het is niet mogelijk voor een persoon om te zien hoever de ander op zijn weg is.
De rechter bestaat in de dief, de patiënt in de dokter, het kleinkind in de opa,
de leraar in de leerling.
Niets is gescheiden, alles is inherent verbonden, en vormen veranderen in hun tegendeel. Daarom, zo lijkt het mij toe, is alles dat bestaat goed, zowel dood als leven, zowel succes als falen, zowel gezondheid als ziekte, zowel waanzin als wijsheid. Alles is nodig en noodzakelijk.
Alles heeft alleen onze aanvaarding nodig, ons liefdevolle begrip. Dan is alles goed en dan kan niets ons schaden. Niet dat ons niets ergs kan overkomen, maar de enige schade is onze niet-aanvaarding en ons onbegrip.
Door ons lichaam en onze gedachten leren we dat het nodig is om fouten te maken, uit evenwicht te raken. We leren dat we lust en begeerte nodig hebben en dat we moeten streven naar bezit. Zo leren we ook de walging van het bestaan te ervaren en de diepte van de wanhoop. Opdat we leren ze te weerstaan, opdat we leren de wereld lief te hebben, en opdat we leren deze wereld niet langer te vergelijken met een of andere gewenste ingebeelde wereld, een of ander beeld van perfectie van nu of later, maar om haar te laten zijn zoals ze is. Om mee te doen, ervan te houden. En om blij te zijn dat we deze wereld toebehoren.’

Zei ze stralend.

Plaats een reactie