‘Wist ik veel, ik zal het wel onbewust gedroomd hebben’, zegt het kassameisje tegen haar collega.
De grootste psycholoog aller tijden, Sigmund Freud, publiceerde zijn ontdekking van het onbewuste en de betekenis van dromen in 1899. Niemand geloofde hem. Freud stond alleen.
Toch had hij gelijk. Daarom leven zijn ontdekkingen door in de taal van het kassameisje in 2020. En in ons allen.
Copernicus ontdekte in 1543 dat de aarde rond was en niet plat.
De Kerk veroordeelde hem wegens godslastering.
Galileo Galilei bewees enkele jaren later dat de aarde om zijn eigen as draait. Ook hij werd veroordeeld. Wat zij toen al zagen, geloofde nog niemand.
Columbus naderde in 1492 de Amerikaanse kust. Slechts één Indiaan zag de naderende schepen. De anderen kéken wel, maar ze zagen de schepen niet. Deze totaal nieuwe ervaring was te ontzagwekkend om te begrijpen.
Dus zagen ze niks.
Albert Einstein ontdekte in 1905 dat tijd relatief is en van snelheid kan veranderen. Einstein viel zelf letterlijk flauw van de grootsheid en onbegrijpelijkheid van zijn ontdekking. Hij had iets gezien wat niemand anders nog zag.
Nobelprijswinnaars Niels Bohr en Werner Heisenberg ontdekten dat materie niet bestaat. Geloof jij dat? Dat materie niet bestaat?
En geloof je dat licht zowel een golf als een deeltje kan zijn? En dat één deeltje op twee verschillende plaatsen tegelijk aanwezig kan zijn? Geloof jij dat?
Terwijl waarheid vlak voor onze ogen gebeurt, zien we haar niet.
Wij zijn blinden.
Wij veroordelen hen die zien om onszelf gerust te stellen. Daarom geloven wij ze niet.
En oh ja, nog iets:
Materie bestaat niet!!
Geloof jij dat?
Nee, wij geloven het niet, want we zien het niet.
Nog niet.
Wij zijn de eeuwige Kerk van 1543.