112. Mystieke vertelling 9. Tijd en dood

Hij had haar verteld dat als je diep slaapt dat er dan sprake is van volledig bewustzijn.
Zij had hier een nachtje over geslapen en ze concludeerde dat ze dit onzin vond en zou dat wel even aan hem gaan vertellen.

‘Als ik in diepe slaap ben dan weet ik niks meer, dan is er geen bewustzijn.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat ik er geen herinnering aan heb.’
‘Herinnering en denken kunnen je niets vertellen over een ervaring waarin denken niet aanwezig is. Het denken identificeert zich met bewustzijn en denkt dat het zélf bewustzijn is. Het is alsof de spiegel zegt dat het zijn eigen leven leidt en licht genereert, terwijl de spiegel uit zichzelf niets kan, alleen maar weerspiegelen van iets anders dan zichzelf.
Door zich te vereenzelvigen met bewustzijn, denkt het denken: Als ik verdwijn, verdwijnt ook bewustzijn. Dit is de vergissing van het denken.
Laten we dit wat verder onderzoeken en het hebben over het begrip tijd. Tijd is dan de duur tussen twee gebeurtenissen. We nemen als voorbeeld:

Gebeurtenis 1: Dit moment nu
Gebeurtenis 2: Het diner van gisteravond

De tijd speelt zich af tussen dit moment nu en het diner van gisteravond.
Mijn vraag is dan: waar is het diner van gisteravond?’
‘In mijn geheugen, in mijn herinnering.’
‘We zoeken niet naar de herinnering aan het diner, maar naar het diner zélf. Waar is dat? Kun je teruggaan naar die gebeurtenis?’
‘Nee , het is voorbij.’
‘Ik probeer nu vast te stellen of we tijd kunnen ervaren, dat wil zeggen de periode tussen twee gebeurtenissen, maar jij zegt nu dat één gebeurtenis, het diner, er niet meer is. Als we echter tijd willen ervaren, moet er een verleden en een toekomst zijn.
Probeer nu eens dat verleden te ervaren, oftewel uit dit moment te stappen en dáár naartoe te gaan.’
‘Dat lukt niet, alleen in mijn herinnering, niet in mijn ervaring.’
‘Is het ooit mogelijk om verleden of toekomst te ervaren?’
‘Nee.’
‘Inderdaad, er bestaat alleen de ervaring van de huidige ervaring, van dít moment, nú. Er is dus een verschil tussen herinnering en ervaring. En de ervaring is altijd nu. Als dat zo is hoe kun je dan zeggen dat je tijd ervaart?’
‘Maar ik heb de ervaring dat ik 65 jaar ben!’
‘Nee, die ervaring heb je niet. Je dénkt dat je 65 jaar bent. In feite ervaar je alleen wat je nú ervaart, je huidige gevoelens, sensaties en zintuiglijke gewaarwordingen.
Wat ervaar je nu?’
‘Ik voel me helemaal geen 65!’
‘Dus je zegt nu: ik ervaar niet dat ik 65 ben. Je ervaart dus nu de tijdloosheid die je bent. Die 65 jaren zijn een idee, de tijdloosheid is je ervaring.’
‘Het begrip van tijd is trouwens wel handig in ons dagelijks leven, anders zou het een puinhoop worden.’
‘Dat klopt. Het concept van tijd kan een nuttig, praktisch hulpmiddel zijn, maar het is geen ervaring. Als dus niemand een verleden en een toekomst heeft ervaren, zou het dan kunnen dat tijd niet datgene is wat we denken dat het is?
We kunnen hieruit concluderen dat tijd tijdloos is en dat dit moment eeuwig is. Niet eeuwig in de zin van het eeuwig verstrijken van de tijd, maar dat het altijd Nú is. Je kunt niet uit het Nú, niet uit dít moment stappen.’
‘Maar we gaan toch ons hele leven van moment naar moment?’
Nee, er bestaat geen opeenvolging van momenten, we gaan niet van nu naar nu. Het is altijd en eeuwig Nú. Er bestaat niets anders. Alleen het denken zet alles in een tijdlijn van opeenvolgende momenten en gebeurtenissen en creëert hiermee het idee van een lineaire tijd die verstrijkt. De ervaring speelt zich echter niet af in een lineaire tijd die verstrijkt. Ervaring gebeurt altijd Nú.
Het Nú beweegt dus niet en gaat nergens naartoe, gaat niet van verleden naar toekomst. Alleen het denken verzint dat en gaat hiermee weg bij de ervaring.
Laat ik het zó zeggen:
Tijd is wat eeuwigheid/tijdloosheid lijkt als het gezien wordt vanuit het denken, als het gefilterd wordt door gedachten.
Dit kun je opmerken als je kijkt naar het moment van in slaap vallen en van wakker worden. Je ervaart dan geen tijd. De twee momenten vallen samen. Als je vervolgens op de wekker kijkt en je ziet hoe laat het is dan ga je denken en dan dénk je dat je zes uur hebt geslapen, terwijl in werkelijkheid de tijd afwezig was.’
‘Dus die tijdloosheid ervaar ik in diepe slaap?’
‘Juist. Als denken verdwijnt, verdwijnt de tijd. In diepe slaap denk je niet, dus is er geen tijd. Sterker, niets speelt zich af in tijd.
Als ik dit wat breder trek dan is mijn vraag: hoeveel tijd speelt zich af tussen geboorte en dood?’
‘Je gaat me nu toch niet vertellen dat er zich geen tijd afspeelt tussen geboorte en dood, hè?’
‘Beide momenten, het moment van geboorte en het moment van dood, spelen zich op hetzelfde moment af, net als het moment van wakker worden en in slaap vallen precies hetzelfde moment is. En met ‘moment’ bedoel ik: hetzelfde eeuwige Nú.
Het denken kan dit niet begrijpen, omdat denken nooit naar het Nú kan gaan, nooit in het Nú kan zijn. Denken heeft de tijd nodig en de tijd heeft het denken nodig. Die twee kunnen niet op zichzelf bestaan.
Als we dus volledig in het Nú zijn, dan is er géén denken meer en geen tijd. Dan is er ook geen persoon die denkt, aangezien het bestaan van een persoon altijd gebaseerd is op een idee, op denken, het is geen werkelijkheid.
Het bestaan van een individueel persoon is een gedachte.’

Na afloop van het gesprek stapt ze op, geeft hem een hand en zegt:
‘Oké, ik ga er nóg maar eens een nachtje over slapen …’

Een gedachte over “112. Mystieke vertelling 9. Tijd en dood

Plaats een reactie