114. Mystieke vertelling 11. Relatie

‘Ik ben onderhand wel toe aan een relatie,’ zegt de vrouw opgewekt.

Hij vraagt: ‘Wat bedoel je?’

‘Nou gewoon, ik wil een relatie.

Waarom?

Lijkt me leuker dan alleen. Ik moet alles al alleen doen. Met z’n tweeën is toch veel leuker, hè?

Wat is daar leuker aan?

Aldoor alleen is niet leuk, met elkaar wél.

Waarom is alleen niet leuk?

Er mist dan iets, iemand. Ik zoek een aanvulling op mezelf, een completering.

Dus je bent niet compleet?

Jawel, natuurlijk wel hoor, maar ik heb behoefte aan die aanvulling.

Dus je bent compleet en zoekt een aanvulling op je compleetheid?

Ja, nou, ik weet het ook niet meer hoor. Wat moet ik nou doen?

Dus je weet niet wat je moet doen?’

Even is ze stil, dan barst ze in huilen uit.

Na haar gezicht gedroogd te hebben, haalt ze diep adem en zegt:

‘Ik weet gewoon niks meer. Ik voel me alleen maar rottig. Het leven moet toch wel meer zijn dan dit?’

Haar tranen hebben haar oren geopend waardoor nieuwe woorden naar binnen kunnen stromen.

En de stroom fluistert:

‘Het vermogen om alleen te zijn is het vermogen tot liefde.
Slechts de mensen die in staat zijn om alleen te zijn, zijn in staat tot liefde, tot delen, tot het gaan in de diepste uithoeken van een ander, zonder de ander te bezitten, zonder afhankelijk van de ander te worden, zonder de ander tot een ‘ding’ te reduceren, en zonder verslaafd te raken aan de ander.
Zij die volledig alleen kunnen zijn gunnen de ander volledige vrijheid, omdat ze weten dat als de ander hen verlaat, zij net zo gelukkig zullen zijn als ze nu zijn. Hun geluk kan hun niet worden ontnomen door de ander, omdat het niet wordt gegeven door de ander.’

En bedrukter dan ooit verlaat de vrouw de spreekkamer.

Plaats een reactie