118. Dagboekfragment van een wereldreis (4)

Het is 1987. Ik bereis anderhalf jaar in mijn eentje bezitsloos de wereld.
Alles wat ik heb is een rugzak met kleren en medicijnen en een tasje om mijn nek met paspoort en wat travellers cheques.
Op de grens Venezuela – Colombia wordt mijn rugzak door de politie gestolen, terwijl ik in het douanekantoor zit. Wat over blijft: het tasje om mijn nek, ikzelf, en de kleren die ik aan mijn lijf heb. Ik ben een ‘backpacker’ zonder ‘pack’ geworden en ik voel mij naakt.
Volkómen naakt.
Aldus tijg ik bagageloos verder en kom via het narcotische Colombia aan in Muisne.
Waar ik volmaakt gelukkig ben.

Muisne, Ecuador, Zuid-Amerika, oktober 1987
Een relaxter object als een hangmat bestaat niet.
Het woord ‘object’ is eigenlijk al te actief om hangmat aan te duiden.
Een object heeft iets straks en statisch. Een bed is bijvoorbeeld een object. Een bed straalt een bepaalde stabiliteit uit. Iets waarop je kunt vertrouwen. Het bed zal er altijd zijn. Het is strak, vooral als het opgemaakt is, en daardoor krijgt het iets gespannens.
Een hangmat kún je niet opmaken. Ze laat dat niet toe. Het enige wat een hangmat kan, is hangen. En dat doet ze dan ook, de ganse dag en nacht lang.

Als je erin gaat liggen, hang je.

Ieder greintje activiteit in een hangmat wordt ogenblikkelijk gereduceerd tot hangen. Probeer maar eens iets te doen in een hangmat. Het zal je niet lukken. Slapen is al te actief. Lezen kan, in een hangmat, maar alleen strips of bouquet. Geen Sartre of Spinoza.
Eén van de redenen dat Muisne zo’n serene plaats is, is dat het merendeel van de mensen het merendeel van de eigenschappen van een hangmat heeft overgenomen. Sommigen lopen, anderen slenteren, velen zitten, maar de meerderheid doet slechts één ding: hangen.

Een Muisneaan hangt.

Niet omdat hij niets anders te doen heeft, maar het is zijn ware natuur, zijn lot en zijn vrijheid.
Als reiziger bestaat het gevaar dat je het verschil tussen een hangmat en een Muisneaan niet meer ziet en dan in een mens gaat hangen. Zo erg is dat trouwens niet. De Muisneaan vindt het allang goed, zolang híj maar kan blijven hangen.
Lang zal dit alles niet meer duren.
De eerste plannen voor een groot hotel aan het strand liggen er al. De hangmatten in Muisne zullen binnen tien jaar opgerold zijn en er zullen nieuwe matten uitgerold in schreeuwende panden te koop stáán in plaats van hangen. Met pro-actieve medewerkers voorzien van verplichte cursussen verkooptechniek. De Muisneanen zullen actiever zijn, gretiger, onvriendelijker, agressiever, geváárlijker.

Oh wee, de Muisneaan die gaat staan!
Vreest hém!
Staan is tegen zijn ware aard. En alles wat tegen ’s mensen oorspronkelijke natuur in gaat, is gedoemd te eindigen in verdrijving uit het paradijs. Zo hangt de mens zichzelf op aan geld en groei en vergeet ze te hangen.

Want weet je?
In 1987 gebeurde er in Muisne niets, helemaal niets.
Er was niemand, helemaal niemand, die ook maar énig verlangen naar bezit bezat.
En er was niemand, helemaal niemand, die niet volkómen genoeg was aan zichzelf.

Plaats een reactie