132. Poëzie 14. Haat, liefde, oordeel

Wij
bedenken
beminnen
bevechten
bestrelen
bewonderen
haten

mantelzorgers, Kaag, IS
Palestijnen, buurvrouw, Rutte
collega’s, bankiers, werklozen
Israel, Erdogan, vrijwilligers
leesmoeders, Poetin, hindoes
schrijvers, jihadisten, vriendinnen
christenen, Delftenaren, pubers
moslims, Nieruppers, RIVM’ers

onze kinderen

onszelf

In het huwelijksbed van het leven beminnen wij de liefde
terwijl de dood grijnzend naast ons slaapt te wachten

Wij beminnen de ander en zien het deel in onszelf dat wij liefhebben
Wij haten de ander en zien het deel in onszelf dat wij verafschuwen

Wij zien nooit iemand anders dan onszelf

Plaats een reactie