146. Toevallingen 51 – 75

51.

Je superieur voelen aan de ander
door jouw geloof of ongeloof
is de bedekking van het minderwaardigheidscomplex
dat gevuld is met doodsangst

52.

Wetenschappelijk bewezen is dat ieder mens een deeltje is
van de vrijgekomen materie van de Big Bang van 16 miljard jaar geleden.
En de mens roffelt op zijn borst:

‘Ik maak mijn eigen vrije keuzes! Ik bepaal zélf wel wat ik doe!’

53.

Is er een juiste manier van helpen?
Misschien alleen maar: luisteren, kijken, voelen, begrijpen
En niet adviseren

54.

Jongeren zijn sexy.
Vandaar dat ze zo oppervlakkig zijn
De buitenkant telt
huid, haar, kleren
Hoe spannend!
Hoe vermoeiend!

Ouderen zijn niet meer sexy
Al het overbodige kan weg
Wat een zegen!

55.

Jongeren met diepgang zijn niet sexy
Ze zijn verdacht

56.

Ze ging twintig jaar terug in de tijd
en ze ervoer de hel
Dat jongere lichaam leek dan misschien de hemel
de hel was haar jongere geest

57.

De wens om jonger te zijn
komt voort uit ontevredenheid over vandaag
Die voortkomt uit ontevredenheid van gister
Toen morgen zo mooi leek
Wat nu vandaag is

58.

De wens om jonger te zijn
komt voort uit dat deel in de mens
dat nooit mocht leven

59.

Ze vond het andere meisje mooier dan zichzelf
Totdat ze anders ging kijken
Dat vond het andere meisje niet leuk
En dit was precies wat ze wilde
En nu pas durfde

60.

Als de mens niet voortdurend innerlijk sterft
bezoekt de dood haar in duizend uiterlijke vormen
als spiegel van haar angst

61.

De dood zit ín het leven
Daarom is er leven
En de mens
ze is bang
voor beide ongescheiden delen

62.

We hebben contrast nodig
Hoe heerlijk is een vakantie na hard werken!
Hoe heerlijk is stilstand: zie hoe alles beweegt!
Jubelend op weg naar de dood!

63.

Op het moment van doodgaan
verliezen we het beeld van ik
en is er alleen maar bewustzijn
zonder ik
Zoals iedere nacht in diepe slaap

64.

Na de dood gebeuren er twee dingen met jou
1. Het lichaam gaat de grond in
2. Jij bent hier

65.

Als je je afvraagt wat de zin van het leven is
kijk dan om je heen
zie wat je aandacht trekt
en doe dat

66.

Het enige moment dat geen gedachte is
is nu
Dit is dan ook het enige moment dat bestaat

67.

Alles gebeurt nu.
Dus ook de schepping van de aarde
de verdrijving uit het paradijs
het betreden van de hemel en de hel
en je eigen dood.
En jij doet dit allemaal
steeds opnieuw
En altijd is alles het Nu
dat niets doet

68.

Het juiste moment is altijd het laatste moment

69.

NU’ is geen tijdstip
Het is de eeuwigheid
Het leven is geen opeenvolging van nu’s
Er is nooit iets anders dan nu

70.

Zolang er een ik is
is er geen nu

71.

Je kunt niet zeggen: ‘Ik leef in het hier-en-nu.’
Je kunt altijd nóg veel meer nu leven
Het nu is oneindige diepgang
Bovendien is het altijd nu
En altijd nóg dichterbij

72.

Ieder mens is liefde
weet niet dat ze liefde is
en smeekt om liefde

73.

Pas bij het afscheid
kunnen we echt
van iemand houden

74.

Houden van’ is geen permanente staat
is voortdurend nieuw
is volkomen angstloos
En onvoorspelbaar

75.

Als ik niet heb gevochten
kan ik niet liefhebben
Als ik niet stop met vechten
kan ik niet liefhebben

Plaats een reactie