155. Ontmoeting 3. Op het terras van café Doerak

Vandaag ben ik stadsgids en neem na de wandeling afscheid van de groep toeristen die ik een paar uur lang door Delft heb mogen rondleiden. Ik voel mij voldaan en altijd als ik een stadswandeling heb gedaan en mij voldaan voel, vind ik dat ik recht heb op een Leffe Blond.
Daarom loop ik vanaf de Markt over de Voldersgracht en sla linksaf naar het Vrouwjuttenland waar ik op enige afstand reeds het minzame terras van Biercafé Doerak zie opdoemen. Ik zet mij neer, plaats mijn bestelling en begin de favoriete bezigheid van wat mijn goede vader altijd noemde: ‘Mooi zitten, mooi kijken’.
De ober brengt mijn bestelling, ik neem een eerste slok, leun achterover en zie een gezin aan komen lopen van vader, moeder en zoon. Veertien jaar, eind tweede klas, zo schat mijn onderwijsblik in.
Ze zetten zich vlak voor mij neer, vader plaatst de bestelling en als de glazen op tafel staan doet zoonlief schichtig zijn capuchon over zijn hoofd en maakt zich met razendvlugge vingertoppen onzichtbaar achter zijn vesting van mobieltje en cola. Zijn boodschap is helder: ‘Ik ben er even niet, dus laat maar.’
Vader en moeder beginnen over de voetbalclub waar de jongen kennelijk speelt. Even leven jonge ogen op, maar slaan weer neer als ouders doorpraten met elkaar.
Aangezien ik al vanaf geboorte gefascineerd ben door voetbal en als jongetje nooit iets anders deed dan iedere ochtend, middag en avond voetballen, wend ik me tot de stille, weggedoken jongen en vraag belangstellend:
‘Zit je op voetbal?’
Ogen kijken even op: ‘Ja’.
‘Op welke positie speel je?’
Ogen lichten nu op: ‘Linksback.’
‘Wat is je grootste talent als linksback?’ vraag ik.
Verschuiling verlaat zijn vesting en 14-jarig vuur begint te branden. Uitgebreid vertelt de stille jongen hoe hij tegenstanders laat komen tot het juiste moment dat hij kan toeslaan. Hij vertelt over de voordelen van de linkspoot die hij is. Dan volgt een haarfijne uitleg over wat hij doet om de bal van zijn tegenstander afbenig te maken.
Ik: ‘Wat denk en doe je precies als je de bal dan in je bezit hebt?’
Onstuitbaar vertelt de van gedaante verwisselde jongen hoe hij van tevoren al in zijn hoofd heeft welke mogelijkheden er zijn om de bal af te spelen en naar wie, waarna een kundige uitleg volgt over de grote en kleine kwaliteiten van zijn medespelers.
Mobieltje en cola blijven onaangeroerd, een heel jongenslijf leeft.
Ik kijk vanuit mijn ooghoeken even om mij heen en zie tot mijn verbazing dat het hele terras, van voor tot achter, van links tot rechts, als een hecht team aandachtig luistert naar de coachende jongen. Iedereen is stil. De ouders staren met enige verwondering naar dit onverwachte schouwspel.
Ik wend mij weer tot de doorpratende jongen en als ik hem aankijk verschijnt plotseling in mijn hoofd een beeld, een toekomstbeeld. Het is het beeld van de veertienjarige jongen die als veertigjarige voetbalcoach professioneel een team leidt. Hierna schuift de realiteit van dit terras in de toekomstbeelden in mijn hoofd tot ze ineen smelten tot één nieuwe werkelijkheid.
Een lichte schok gaat door mij heen als dit moment mij doet beseffen dat de toekomst van deze jongen zich hier en nu volkomen helder in hem aan het voltrekken is.

En de toekomst, zij glimlacht.
Zoals alleen mooie toekomsten dat kunnen doen.

En besef ik hoe goed het is dat ik, na een stadswandeling met een voldaan gevoel, mezelf het recht geef op een Leffe Blond.

Plaats een reactie