156. Ontmoeting 4. Dineren in de Waag

We zitten aan het diner in de historische Waag op de plek waar meeluisteren niet kan.
U weet wel: op de eerste verdieping in het nisje meteen links van de trap.
Ik heb haar mee uit eten gevraagd, aangezien ik nieuwsgierig ben naar haar ervaringen als arts tijdens de laatste twee coronajaren.
‘Arts is een prachtig beroep,’ zegt ze.
Ik vraag: ‘Wat moet je daarvoor kunnen?’

En ze vertelt:

‘Onze technische kennis en vaardigheden leren we natuurlijk in onze opleiding. Maar hoe een arts omgaat met patiënten die in paniek zijn, kwaad zijn, bang zijn, dat leren we niet in de opleiding.
Hetzelfde geldt voor de omgang met leven en dood. De dood boezemt ons allen angst in. Een arts zou moeten leren hoe hij die doodsangsten tegemoet treedt.’
Ik: ‘Tja, hoe leer je om te gaan met de dood?’
Zij: ‘Ik zie vaak dat mensen de zieke proberen te troosten of te adviseren. Als we dat doen, proberen we snel een makkelijke oplossing te vinden die er niet is. We zijn dan alleen maar bezig onze eigen emoties te onderdrukken. Adviseren en troosten zijn een vorm van egoïsme.’
Ik: ‘Wat hebben wij nodig om met ziekte en dood om te gaan?’
Zij: ‘We moeten weet hebben van leven en dood. Dit betekent dat we onze doodsangsten recht in de ogen durven kijken. Iedere dag.’
‘Wat heeft een doodziek iemand zélf nodig?’
‘Hij heeft in ieder geval geen adviezen nodig. Wél heeft hij mensen nodig die vertrouwd zijn met stilte, met zwijgen, met luisteren. En met een humor die het lijden erkent.
Een zieke heeft behoefte aan mensen die in aandacht leven. Als aandacht volledig is, is er geen angst en geen conflict. Dan is de benadering van de dood niet een bang zwart gat, maar een gezamenlijke ceremonie in een gezamenlijk sterven. Zo is de stervende niet alleen. En wij ook niet.’

We zijn langere tijd stil.
Alsof de gesproken woorden de tijd nodig hebben om hun plek te zoeken in ons bloed teneinde zich daar te nestelen.
We knikken naar elkaar.

Ik: ‘Zullen we dan nu samen ons gezamenlijke toetje vieren voor we uit elkaar gaan?’
Zij: ‘Ik ga eerst even naar het toilet’

Ze staat op en loopt weg.
En het héle restaurant wordt gevuld met háár afwezigheid.

Een gedachte over “156. Ontmoeting 4. Dineren in de Waag

Plaats een reactie