161. Ontmoeting 9. ‘Vormt uw kind naar uw eigen beeld’

Haar dichtgeslagen ogen kijken me brandend aan.
“Je zult eeuwig branden in de hel”, schreeuwde hij haar toe, terwijl zijn slagen op haar inbeukten. Tot ze niet meer kon. En vluchtte. De nacht in.
Naast haar zit Ajna, 16 jaar, beeldschoon. Ze weet niet precies wat ze voelt (‘klopt het wel?’), maar ze is verliefd op haar. En andersom.
Ajna is niet geslagen. Ze weten van niks, thuis. Ze bewaakt haar geheim. En dat kan ze: zwijgend een geheim bewaren. Dat leerde ze al vroeg, thuis, op school, op straat.
Iedere cultuur heeft zo zijn voordelen.
Veel zien, veel voelen, veel willen, en …… zwijgen.
Ook als haar ouders, haar familie, spraken over haar toekomst. Over een goede opleiding, een mooi huis, een baan met aanzien, een leuke man. “Eén van ons natuurlijk, je begrijpt wel.”
Maar ze begreep niet. Niet echt. Ze begreep iets anders. Maar zweeg.

Ik luister naar hun verhalen en vraag me voor de zoveelste keer af hoe sommige ouders het in godsnaam voor elkaar krijgen een kind ter wereld te brengen en vervolgens een leven lang een oorlogscampagne op touw zetten om hun lieve kind in de wurggreep van hun eigen angsten te dwingen. Om een godgans leven lang niet naar hun eigen kind te luisteren, het niet te zien, en nooit, werkelijk nooit, de oerschreeuw om erkenning en aanvaarding te horen waardoor ze hun bloedeigen kind van eeuwige verdoemenis zouden kunnen redden. En zichzelf.
Ik vraag me af:
Waar zijn die liefhebbende ouders die hun kind begrijpend aanhoren in hun kronkelige, kwetsbare weg door het leven, ze niet veroordelen, hun hand vasthouden als het nodig is en weer loslaten als het daarom vraagt, als de tijd rijp is?
Waar zijn die vreesloze ouders die hun kind zien zoals het is, niet vermorzeld door angstbeelden van cultuur, traditie en zogenaamde religie?
Ik zie dat Ajna en Fatima elkaars hand vastpakken. Prachtige kinderen. Eenzaam. Op de rand van de hel. Denken ze. Denkt hun familie.
Alles wat ik aan aandacht, interesse en vaardigheden inbreng, kan voor nog geen millimeter de alles verzengende haat van hun familie verzachten, laat staan verdrijven.
Hun familie die eist dat hun kinderen hun bezit zijn. Hun kinderen die geen eigen wil en verlangen mogen hebben, maar fungeren als privé-bezit van de ouders die hen hiermee gevangen houden.

Na een maand komt de oplossing.

“Het spijt me dat mijn dochter u zoveel last heeft bezorgd. Ze was in de war. Ze ziet nu in dat ze fout was. U begrijpt wel waarom. Ik wil u bedanken voor uw tijd en moeite. Ze zal niet meer op school komen.”
De kille flikkering in zijn ogen ontgaat me niet.
Terwijl de grond onder mijn voeten vandaan getrokken wordt, stort ik, met zijn kind, in een brandend vagevuur.
“Het vuur dat uw kind van alle zonden zal zuiveren.”

Want zó staat het geschreven.
Dus zó zal het geschieden.

Plaats een reactie