Het is diep in de nacht en plotseling is ze er: mijn overleden moeder.
Ofschoon dit een totaal onverwachte en ongebruikelijke gebeurtenis is, is het toch alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Alsof ze al eeuwen aanwezig is en alsof het nooit anders geweest is. Alsof dit gewoon is en al het andere op Aarde niet.
Ik zeg:
Hé, Ma, wat een verrassing! En je bent straks nog jarig ook, hè. Word je écht eenennegentig jaar?
Ja, en ik voel me nog goed, zegt ze lachend.
Ik kijk haar aan. Ze ziet er jonger en eeuwiger uit dan ooit.
Ze ziet wat ik denk en zegt:
Leeftijd bestaat niet. Tijd speelt op Aarde een rol, maar het begrip ‘oude ziel’ heeft niets met leeftijd te maken. Een ‘oude ziel’ is een wijze ziel met een hoge graad van bewustzijn. Hier heeft de tijd geen invloed op.
Ik: Op Aarde zou je binnenkort jarig zijn. Wat zou je graag voor je verjaardag willen hebben?
– Dat jullie je boosheid omarmen en in vrede leven, met jezelf, elkaar en iedereen.
– Wanneer wil je dat we dat gaan doen?
– Nú.
– Hoelang?
– Altijd.
Ze vervolgt:
Het is mogelijk, het is niet moeilijk. Je moet er alleen even aan wennen. Echter, als je vrede bent, zul je zien dat je vanaf je geboorte nooit anders bent geweest. Jullie mensen zijn het alleen even vergeten. Er is zóveel gebeurd!
De tijd is nu gekomen om jullie te her-inneren wie je bent.
Vrede.
Je hoeft het niet te proberen, want je bént het al.
Her-inner je dus. Wees wie je bent.
Wéés vrede.
Bedankt voor het cadeau dat je ons nu geeft, Ma!
Ik geef haar een kus en alles verstilt.
Zelfs geluid ís stilte.
Het is deze onmetelijke stilte die fluistert:
Dít bedoel ik!
Wat ben ik híer blij mee!
Dank jullie wel!
Dan verdwijnt ze.
En er is geen plek in het heelal waar ze niet is.