165. Ontmoeting 13. Voorjaar 2022

Middenin de lentewarmte zegt mijn buurvrouw:
‘Buurman, u moet uw plantjes verzorgen hoor!’
Ik antwoord:
‘Verzorgen? Ik heb ze geplant, de natuur doet het verder zelf wel, toch?’

Buurvrouw loopt hoofdschuddend weg.
Ze kent me.

Die avond denk ik na over mijn buurvrouw en ook dit keer rijst een aloude gedachte naar boven: ‘Buurvrouw heeft weer eens gelijk.’
Dus doe ik het anders.
Sinds enkele dagen verzorg en besproei ik ’s avonds mijn terrasplantjes terwijl ik zing op de melodie ‘Oóóh Carolien’ van Toon Hermans:

Oóóh, lieve bloem!
Oóóh, lieve bloem!
Héééb je nog je groene blaadjes?
Oóóh, lieve bloem!

Na het prutten en sproeien en zingen ga ik op het bankje voor mijn plantjes zitten en vertel ik ze een verhaaltje. Daarna geef ik zoete kusjes op de bladen, strijk mijn handen over de bloemen en streel mijn vingers over de nieuwe knopjes. Dan zeg ik zacht:
‘Ik hou van jullie.’
Daarna wens ik ze welterusten en maak een lichte buiging met mijn handen op het hart. 

Zó, denk ik, buurvrouw kan tevreden zijn. 
Dan kijk ik op en zie op het balkon mijn strenge buurman zijn hoofd schudden. 
Ik zwaai naar hem, maar zijn schuddende hoofd wijkt niet. 

Dan spuit ik hem nat.

Ik roep: ‘Buurman, het is lèèèènte!’ 
Buurman schudt zijn kletsnatte buik en roept.
‘Jij schalkse Stammes, jij plantenminnende schavuit, jij bloemende liedjeszinger!
Jij bent abnormaal!’

De planten knikken.
Giechelend leggen hun ritselende hoofden zich te ruste. 
Dan wordt alles stil.
Zóó stil, dat niet alleen buurman roerloos staat,
maar zelfs het sproeiende water bewegingsloos slaapt.

Het is voorjaar 2022.
En perfect is het leven.

Plaats een reactie