170. Ontmoeting 18. Wraak!

Ik ren naar mijn slaapkamertje, sluit de deur, kruip onder de dekens, en denk hard:
‘Ze moeten op hun knieën bij me aankomen en smeken om vergeving en goed beseffen wat zij mij allemaal hebben aangedaan. Anders hoef ik ze nóóóit meer te zien!’
Dit soort gedachten had ik wel eens in mijn kindertijd als ik me even niet begrepen voelde.
Het meest rampzalige moment kwam altijd een paar minuutjes daarna, als mijn absolute wraaklust zomaar ineens ineenstortte en overging in vermoeidheid en verveling.
‘Shit, alwéér!’, dacht ik, ‘waarom toch?’
Als dan de geur van de gebakken boterkoek van mijn moeder het slaapkamertje binnenzwierde, verliet ik naarstig mijn veilige onderdekense haven op weg naar de welriekende boterkoekkeuken. Grote nederlaag!
De jihadist die ik destijds was had het niet makkelijk met zijn eigen gedachten.
Later, na beledigingen van Q of X, probeerde ik mijn kwetsingen ook wel eens te bezweren met een zin die ik eens van een minister had gehoord:
‘Ik heb mijn realiteit gelegd naast die van de heer Q, een persoon die ik zeer hoog aansla, maar ik herken me niet in het door hem geschetste beeld. Ik laat zijn insinuaties even aan zijn kant.’
Deze sluw bedachte houding was echter minstens zo vermoeiend als de
zelf-opsluit-scène in de slaapkamer.
Dan komt de dag dat ik op de Gazastrook een Israëlische moeder spreek.
De hoofden van haar twee vermoorde zonen zijn met keien in elkaar geslagen.
Ze zegt me:
’Na de moorden op mijn kinderen besloot ik voor liefde te kiezen en niet voor haat, omdat ik wilde dat de oorlog eindelijk zou stoppen. En omdat ik wist dat de vrede alleen in mijn eigen gedachten kon beginnen. Niet daarbuiten.’
Dit was het antwoord waar ik sinds mijn kindertijd naar op zoek was geweest.
En ik schaamde mij diep.

Plaats een reactie