Individuele taalles, basisschool.
Naast me zit Burak, 9 jaar.
Ik: ‘Wat zijn je beste vakken?’
Hij (trots): ‘Verkeer en Rekenen, daar ben ik de beste in!’
Ik: ‘Das mooi, man! En je slechtste vak?’
Hij:’Geschiedenis.’
Burak zwijgt een tijdje, zijn ogen onderzoeken het plafond. Dan wordt hij plotseling fanatiek:
‘Dat is zo’n dom vak, hè! Je hebt er gewoon helemaal niks aan! Je moet allemaal dingen weten van dingen die helemaal niet bestaan, zoals dinosaurussen en zo. Die zijn al lang al dóód!! En over oude gebouwen die ook al lang al dood zijn. Zo stom, hè! Je kan toch beter over nieuwe gebouwen praten en over dingen die de wereld mooier maken?’
Na zijn taalkundig perfecte tirade wordt hij weer wat rustiger, maar hij is nog niet helemaal klaar. Het is even stil. Hij kijkt strak voor zich uit en denkt diep na.
Dan zegt hij: ‘En dinosaurussen vind ik lelijk.’