Een medewerker zit op z’n knieën voor een vrieskast enige handelingen te verichten.
Ik: ‘Weet u waar de kaas ligt?’
Hij: ‘Bij de andere kaas.’
Ik: ‘Weet u dat zeker?’
Hij: (licht geïrriteerd) ‘Ja, dat weet ik zeker, ja.’
Ik: ‘Kunt u me zeggen waar de andere kaas ligt?’
Hij: ‘Ja. Daar verderop.’
De medewerker doet een poging een wegwijzende beweging te maken,
maar omdat hij op z’n knieën zit met de rug naar de winkel toe,
wijst zijn arm schuin omhoog, richting plafond.
Ik: ‘Weet u heel zeker dat de andere kaas daar verderop ligt?’
Hij: (zwaar geïrriteerd nu) ‘Ja, natuurlijk.’
Ik: ‘Dank u voor de informatie.’
Hij: ‘Graag gedaan.’