Mijn ome Cees Slikker bereikte een paar jaar geleden de gezegende leeftijd van 100 jaar en een maand later stierf hij.
Zijn vrouw, mijn tante Ries, werd ook 100 jaar en stierf eveneens vlak na haar verjaardag.
Goeie planning.
Toen zij beiden al dik in de tachtig waren, reed ome Cees nog steeds enthousiast auto.
Op een dag loop ik van Nierup naar Winkel, want ik zou ‘un bakkie bai ze doen.’
Terwijl ik mijn weg wandelend vervolg hoor ik al enige tijd achter me het geluid van een auto die mij maar niet inhaalt.
Ik kijk achterom en dan komt de auto zachtjes naast mij rijden.
Ome Cees.
Hij kijkt mij door het open raampje besmuikt lachend aan en zegt: ‘Ik reed effe un stukkie met je mee, Stammes.’
Ik zie dat de autostoel naast hem gevuld is met vele pillendoosjes, gehaald bij dokter van Os.
Hij wijst op de lading medicijnen, kijkt me gespeeld gemoedelijk aan en zegt :
‘We hewwe aars nag un mooie ouwe dag hoor.’
Waarna ome Cees gas geeft en ik zijn lachende pillenkar schuddend zie wegrijden.