233. Vrijheid

Het begon in de jaren ’60:
Het neerhalen van het gezag.
Het minachten van de autoriteit.
Het belachelijk maken van de vader.

Het waren, en zijn, de ideeën van iedereen is vrij en gelijk, ieder moet zijn eigen’ ding’ doen, hoe knullig dat ook was, het was JOUW ding en het gaf JOU een goed gevoel, de rest kon oprotten.
Nou was de kern hiervan een grote bevrijding uit het strakke, autoritaire keurslijf van de jaren en eeuwen daarvoor waarbij autoriteit per definitie machtsmisbruik was en iedereen God en gebod vol schuldbesef moest gehoorzamen.

De vraag is nu : waar is het evenwicht?

Het evenwicht tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.
Tussen individuele vrijheid en autoriteit.
Tussen zelf bepalen en regels volgen.

In onze huidige tijd zien we dat er verwarring bestaat omtrent het begrip vrijheid.
Twee begrippen dienen we helder te onderscheiden.
Voor de kinderlijke volwassenen is vrijheid vooral : vrijheid van.
Oftewel, vrijheid van regels, vrijheid van eisen, vrijheid van verplichtingen, geen prestaties hoeven leveren, geen verantwoordelijkheid hoeven nemen, geen rekening hoeven houden met anderen. Ik ben daar vrij van. Eeuwig vakantie. Ik doe MIJN ding.
Voor de vrije en verantwoordelijke volwassene geldt : vrijheid tot.
Dit is de vrijheid tot het heersen over zichzelf en tot het verwezenlijken van zijn individuele aard.
Van hieruit maakt hij zich via relaties, activiteiten, liefde en werk solidair met de wereld en met alle mensen.
De mens die ‘vrij is tot’ zijn eigen individualiteit is dit automatisch ook tot anderen en beseft hiermee automatisch zijn verantwoordelijkheid tot de ander.
De mens die ‘vrij is van’, leeft als het oraal zuigende kind dat slechts de directe bevrediging zoekt van zijn primitieve instincten waardoor zijn innerlijke ontwikkeling blijft steken op het niveau van een 2-jarige, terwijl hij geacht wordt, als uiterlijke volwassene, verantwoordelijk werk te verrichten en relaties, aan te gaan in solidariteit met anderen.

Hier botst het.

Zo iemand wantrouwt iedere autoriteit,
beweert dat iedere politieman/vrouw discrimineert,
dat iedere leraar een betweter is die hem lastig valt,
iedere scheidsrechter een hondenlul,
iedere minister corrupt,
want iemand die hem lastig valt met regels, eisen en plichten moet sowieso oprotten, aftreden, en in ieder geval hém niet lastig vallen.

Ieder werkelijk volwassen mens die leeft in ‘vrijheid tot’ beseft dat verkeersregels nodig zijn om veilig te kunnen deelnemen.
Ieder volwassen mens beseft dat spelregels nodig zijn om de wedstrijd zo sportief mogelijk te laten verlopen.
En ieder volwassen mens beseft dat er taalregels zijn om onze dagelijkse communicatie zo soepel en wederzijds begripvol mogelijk te laten verlopen.
Van al deze verkeers -, sport- en taalregels dient de volwassen mens op de hoogte te zijn indien hij volwaardig deel wil nemen. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de eisen voor het vak Nederlands opgeschroefd worden voor scholen (zie krantenartikel). Al zal de orale bevrediging zoekende mens die leeft volgens het ‘vrijheid van’ principe zich diep gekrenkt en geremd voelen in deze volwassen en verantwoordelijke eis en verplichting tot het vaardig hanteren van onze Nederlandse taal, want hij vindt dat hij zelf wel bepaalt wat en hoe hij praat en schrijft, want ‘iedereen snapt me toch, dus wat lul je nou?’

De politiek gaat zich nog buigen over dit nieuwe voorstel en eisenpakket.
Dat geeft ons mooi de gelegenheid te zien volgens welk begrip van vrijheid onze politici leven, werken en communiceren.
Welke politicus leeft volgens het principe van ‘vrijheid van’ en welke volgens het ‘vrijheid tot’ principe?
Ontkenning van feiten, ontkenning van wetenschap, en het presenteren van ‘alternatieve feiten’ zijn in ieder geval duidelijke uitingen van de ‘vrijheid van’ politicus die zijn/haar verantwoordelijkheid niet neemt, is blijven steken in de orale fase van instinctieve behoeften bevrediging, en vooral vindt dat iedereen lekker zijn/haar eigen ‘ding’ moet kunnen blijven doen, want we leven tenslotte in een vrij land en ik bepaal zelf wel wat ik doe. Hoe beroerd, ellendig en nadelig dat voor zijn medemens en dit land ook moge uitpakken.
Het is ook het verschil tussen korte en lange termijn denken.
Het verschil tussen aan moeders borst blijven zuigen, omdat IK dat nou eenmaal NU lekker vind,
en
volwassen, vrij, verantwoordelijk handelen in solidariteit met alle mensen en de wereld.

Nederland is zoekend naar een nieuw evenwicht.

2 gedachten over “233. Vrijheid

  1. Hallo lieve Dick,
    Helaas moest dit verhaal geschreven worden! Voor mij duidelijke taal Het begon eind jaren 60. Ja ik als jong volwassenen ging op de academie in de pauze koffie drinken in de Apendans, zo heette die tent vlakbij de Weener. Tweede bakkie gratis! Er kwam een tijd dat we elke keer te laat waren. Op een dag mochten we er niet meer in. Heerlijk ongehoorzaam. Nou dan gaan we toch weer koffie drinken. Tja wat dan moeten ze gedacht hebben . Dus uiteindelijk ging de deur weer open. Het was wat baldadig.Maar het zat er al een beetje in. Wij doen wat we zelf willen. En het werkt ook nog…. Het is jaar na jaar in de wereld uitgegroeid. En nu zitten we met de gebakken peren . Kinderen bedreigen zelfs scholen. Hoe kan het bestaan? Verantwoordelijkheidsgevoel ? Bestaat het nog ?
    Dankjewel 🙏 Dick voor dit stuk dat met liefde voor de mensheid is geschreven . Liefs Clas

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie