252. Op de Markt

Vanuit de Jacob Gerritstraat komen ze luid aangejoeld op het marktplein : een groep jongens van 12 jaar met hesjes aan.
Ze fladderen grillig als één wild, ongeleid, ongeremd, luidruchtig projectiel naar het terras waar een aantal sportieve scoutingleiders hoopte kalm hun koffie te drinken.
Één roept streng :
‘Jongens, doe rustig, er zitten meer mensen hier!’

Gedwee zwijgen ze beteuterd.
Allen blijven stilstaan precies op de grens van het terras.

Een jongen met een doosje met strik erom in zijn handen stapt moedig naar voren en roept :
‘Maar John, we hebben net gebakjes gekocht!
Voor je verjaardag.
Die willen we je als cadeau geven.
Het is van ons allemaal.’

Het strenge gezicht van leider John smelt om tot een glimlach, hij staat op en loopt naar ze toe.
Op het moment dat hij het doosje gebakjes in ontvangst neemt en de jongens dankbaar de handen schudt, wordt zijn glimlach stralender. En iedere jongen begint, nadat John ook diens hand heeft geschud, net zo stralend mee te glimlachen. Tot ze met elkaar één stralend organisme zijn geworden.

Dan lopen ze weg.

En terwijl ze af en toe nog even nieuwsgierig omkijken naar hun leiders nemen ze halverwege de markt weer hun natuurlijke vorm aan van het wilde, ongeleide, ongeremde, luidruchtige, grillige projectiel dat ze zijn.
Als John niet in hun buurt is.

Plaats een reactie