Jongens hebben helden nodig.
In Nieuwe Niedorp werden wij daar in onze jeugd rijkelijk van voorzien. Zonder hen was ik niet degene geworden die ik nu ben. Waarvoor dank! ![]()
Een speciale categorie helden was het keepersgilde van Nieurup 1.
Ofschoon ik zelf middenvelder was, dwongen deze keepers bij mij een extra ontzag en bewondering af.
Ik zal pogen hier de oorzaak van dit ontzag weer te geven.
Allereerst was daar: Piet Harberts. De keeper in de rode sweater.
Een onoverwinnelijke tijger zonder een spoor van medelijden voor zwakkelingen. Piet ging vóór belangrijke wedstrijden bidden in het klooster voor de overwinning en kauwde daarna heel hard op kauwgom met een blik en hardnekkigheid alsof hij zijn tegenstanders vermorzelde tussen zijn Harbertiaanse keepersabeltandtijgertanden, die wonderlijk en ontzagwekkend genoeg steeds groter werden naarmate hij langer op ‘Ut Laagzaidje’ woonde.
Kijk, dit soort meedogenloze mannelijke voorbeelden hebben jongens nodig. Jongens die later de besten van de wereld zouden worden. Hierover bestond geen twijfel. Het was slechts een kwestie van tijd en niet al te lang, alsjeblieft.
Willem Woudt stond op doel met de onoverwinnelijke houding van de Siciliaanse Don Corleone die vlak voor de wedstrijd de tegenstander met een gewelddadige liquidatie had bedreigd, oftewel, ‘He had made them an offer they couldn’t refuse.’
Op het moment dat spelers van de tegenpartij het strafschopgebied van Willem betraden, begonnen ze te trillen van de zenuwen, zagen in hun hoofden een afgehakt bloedend paardenhoofd in hun bed liggen en daalden smekend op hun weke knieeën ter aarde waardoor ze ter plekke veranderden in radeloze slachtoffers alleen al bij de aanblik van Willem. Willem hoefde niet eens te brullen tussen zijn natuurlijke keeperslagtanden door.
Terwijl tegenstanders her en der huilend van wanhoop op de kleigrond kronkelden, pakte de ijzig zelfverzekerde doelman de bal en poeierde hem snoeihard en kaarsrecht naar voren om de volgende vlammende aanval te openen.
Geen genade.
Dit gaf ons als jonge, ademloze toeschouwers geruststelling.
Wij voelden ons sterker door Piet en Willem en kracht heb je nodig als 12-jarige toekomstige beste van de wereld.
Na Piet en Willem kwam een man met nóg minder medelijden voor de tegenstanders.
Dit was de legendarische Cees Helder, die later in het Noord-Hollands elftal keepte.
Grotere wereld.
Hors catégorie.
Ieder verhaal over Cees schiet in woorden te kort. Net als Vermeer zal er pas over honderden jaren over deze grootheid worden geschreven. De wereld is nog immer bezig zijn reusachtige talenten te bevatten.
Bedankt Cees!
En dan was en is er de eveneens legendarische Theo van Herwerden.
Theo was vooral legendarisch in de dorpsfanfare waar hij de slecht ter been zijnde oude muzikanten, die kwattend door het dorp op een trage vrachtwagen zaten te toeteren, leerde marcheren en musiceren als ware professionals van hoge kwaliteit.
Hulde, Theo en Fanfare!
Theo was een verdienstelijk keeper in een lager elftal, maar ik noem hem toch in dit illustere rijtje helden, aangezien Theo iets speciaals in het keepen inbracht. En dus in het heldendom.
Dat zit zo.
Wanneer Theo zijn doel uitrende, rende hij niet zomaar zijn doel uit. Oh nee!
Theo rende met snoeihard korte en verbijsterend harde stappen richting balbezittende tegenstander waarbij het indrukwekkende lichaam van Theo net zo snel vooruit ging als razendsnel heen en weer opzij, hierbij Kreegaah-achtige Tarzangeluiden brullend uit een laaiend rood hoofd met haren als hete vlammen, met als gevolg dat men de indruk kreeg dat er een soort luid lawaaiende, dierlijk vleselijke ‘stampede’ van opgejaagde wilde stieren over het veld denderde richting de eeuwige jachtvelden.
Tegenstanders werden niet alleen doodsbang, nee, dit was slechts een begin.
Zij boden Theo knielend en smekend de bal aan, alsof een hogere macht hen op de grond dwong, waarna zij met hangende hoofden, gekromde schouders en knikkende knieën geestelijk gewond het veld verlieten. Om hier nooit meer terug te keren.
Wij begrepen allen waarom.
Hun einde was genaderd.
En zij wísten het …