Ze is 14 jaar, zit in klas 2VWO en is vrolijk.
Altijd.
De vraag: “Hoe gaat het met je?” heeft geen enkele betekenis voor haar.
“Het gaat altijd goed, Mees!”
Als een jonge, speelse kat kijkt ze begerig om zich heen naar nieuwe avonturen. Zoveel te beleven. En te bepraten.
Want dat kan ze: praten kletsen aldoor maar praten en kletsen. Watervallen woorden klateren over me heen, geen begin, geen einde, behalve als ik de waterval stop: “De les gaat beginnen.”
Ze stopt. Warempel. Een tel.
Daarna volgt bericht aan buurvrouw. Fluisterend, steelse blik. Ze graait in haar tas, zet tas op tafel, weer op grond, briefje aan voorbuurman, gegrinnik, blik naar buurvrouw, lippen bewegen, ik hoor bijna niets, ze zit achteraan, ze kent het spel, ze maakt het zelf. Na tien minuten heb ik nog geen seconde rust in Alev gezien. Zelfs als ze stil zit is het alsof de lucht haar onrust voortzet. Beweging danst om haar heen, oneindig speels en onstuitbaar.
“Ik ben een kindermishandelaar. Ik pers al die levenslust uit haar door haar om de oren te slaan met mijn hoogstaande kennis van de Franse Taal- en Letterkunde.”
Een volkomen terecht schuldgevoel maakt zich van mij meester.
“Dit is fout wat ik doe. Kies een ander vak. Maak mensen blij. Vier feest en vooral het leven.”
Ik zie haar en ga door met mijn heldere uitleg van de leesstrategieën.
“Hoe lees je een tekst? Vertaal de titel en voorspel waar de tekst over zou kunnen gaan.”
Zelfs onder deze mokerslag blijft ze vrolijk. Als een onthechte Soefi-meester zweeft ze door het leven. Onaanraakbaar door omstandigheden.
Onverantwoordelijk.
Dat is ze.
Nu zie ik het: ze is onverantwoordelijk. Nog.
Nu weet ik waarom ik hier sta: ik wil dat ze verantwoordelijk is.
En die verantwoordelijkheid, die leert zij, misschien, gedeeltelijk, met tegenzin, met walging, langzaam, helaas, van mij.
Want zij wil mij zijn.
Onbevangen.
Dat is ze.
Nu zie ik het: ze is onbevangen. Nog.
Nu weet ik waarom ik hier sta: ik wil onbevangen zijn, terwijl ik verantwoordelijkheid draag.
Die laatste is geen Alev zin. Dat is een volwassen zin, mijn zin.
De verloren onbevangenheid van de volwassene zie ik terug in mijn spiegel: Alev.
Want ik wil haar zijn.
Wie geeft wie nu eigenlijk les?
En waarin?
Een schitterende bewustwording, Dick! Er zijn mensen die menen dat met de komst van Kunstmatige Intelligentie o.a. ook docenten overbodig zullen worden. Driewerf neen!
Lesgeven is zo veel méér dan les geven. De schoolse lesstof is eigenlijk bijzaak. Het gaat om de ontmoeting , het luisteren naar elkaar. Waarbij álle betrokkenen leren en groeien.
LikeGeliked door 1 persoon
Inderdaad, Hans, ik ben het volledig met je eens.
Bedankt voor je wezenlijke toevoeging en reactie.
LikeLike