263. De vuurtoren

Ze zat gevangen.
En wist het niet.

Toen moed en kracht haar vonden
kon haar leven beginnen.

Beklemmende angst raast door haar lichaam.
Eenzaamheid dooft iedere hoop.
Stormende woede giert door haar kokende bloed.
Kolkende emoties vreten door haar vlees.
Pijn heerst tot in het merg van haar botten.
Depressie doordrenkt haar met duisternis.
Regenbuien van verdriet stromen over haar heen.

Een half leven lang

Terwijl
tezelfdertijd
zijzelf, haar toren van vuur, licht en vrijheid
bulderend van plezier
onbekommerd haar weg vervolgt
naar dit moment
naar deze plek
waar ze altijd is
en altijd is geweest.

Meer dan levenslang.

Plaats een reactie