To whom it may concern ![]()
WOEDE EN HAAT
of
GELUK EN VREDE
Is dit een keuze?
Kunnen we kiezen vóór woede en haat
en kiezen tégen geluk en vrede?
Of andersom?
Hamas valt Israel aan.
Oorzaak: woede en haat?
Israël valt Hamas aan.
Oorzaak: woede en haat?
Nu denken veel mensen dat Israël de oorzaak is van de haat van Hamas.
En dat Hamas de oorzaak is van de haat van Israël.
Dit is onjuist.
Voor landen gelden dezelfde psychisch-maatschappelijke wetten als voor personen. Wat naar buiten komt, zat altijd al bewust of onbewust in ons. Het is maar net welke zaadjes in ons wij water geven om tot bloei te laten komen.
We zoeken een aanleiding in de buitenwereld om datgene wat in ons zit te projecteren op anderen. In geval van liefde geven we de ander een kus, in geval van woede geven we de ander de schuld. In beide gevallen geven wij de ander iets wat reeds in ons aanwezig was voordat de ander in ons leven kwam.
We komen straks terug op de liefde, maar laten we beginnen met de tegenwoordig zo veel gebezigde haat en woede.
Zolang wij geloven dat de ander de oorzaak is van onze haat en woede zullen we altijd vijanden en conflicten vinden en onze aanvallen en beschuldigingen proberen te rechtvaardigen. We geloven dan dat als de ander schuld erkent en excuses aanbiedt, of als wij de ander overwinnen of vernietigen, dat onze haat en woede verdwenen zullen zijn en dat we dan pas in vrede kunnen leven.
Dit is onjuist.
Na de excuses, overwinning of vernietiging gaan woede en haat slechts tijdelijk ondergronds en binnen afzienbare tijd zullen zij wederom een aanleiding vinden in de buitenwereld om de haat te gebruiken voor nieuw geweld. En om dit heilige gelijk wederom te rechtvaardigen tot in het oneindige.
We hoeven slechts te kijken naar de eeuwenoude geschiedenis der mensheid waar zich ontelbare herhalingen van ditzelfde gewelddadige gedragspatroon voordoen en zich blijven voordoen. Zowel tussen individuen als tussen landen.
Deze menselijke tragedie kent slechts één werkelijke oorzaak:
DE MENS WEET NIET WIE ZIJ IS.
De mens begrijpt niet wat waarachtig mens-zijn is.
Wat te doen?
Als we nu eens niet uitgaan van ideeën, gedachten, gevoelens, overtuigingen, filosofieën, psychologieën, politiek, maar van onze directe ervaring van tel tot tel, van ieder moment, van dit moment. Van Nu.
Wat merken we dan op?
Er gaan iedere tel gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen door ons heen die leiden tot ons gedrag.
Voorbeeld:
Er is een boze gedachte in jou en je begint te schelden, waardoor de ander vaak eenzelfde soort reactie gaat vertonen.
Of er is een boze gedachte en je beheerst je, waardoor de boosheid binnen in jou doorgaat.
Wat we dan vaak niet opmerken, is dat er tegelijkertijd ‘iets’ in ons is dat niet reageert en dat er altijd is. Alle gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen die door ons heengaan zijn tijdelijk, terwijl er tegelijkertijd ‘iets’ in ons is dat stilstaat. Dit ‘iets’ beweegt niet en is altijd aanwezig, zelfs als we deze aanwezigheid niet opmerken.
CONCLUSIE:
Dit betekent dat wij NIET de gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen zijn die door ons heengaan.
Dit betekent dat wij WEL de stille, onbewegelijke observator zijn die de gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen observeert, maar die deze NIET is.
DE WAARNEMER
Wanneer we ‘de waarnemer’ in ons steeds helderder opmerken, ontdekken we ook steeds meer de kwaliteiten van de waarnemer.
Deze waarnemer
is stil,
is bewust,
is oneindige ruimte,
is vredig,
is vrij,
is geluk.
En ze staat volkomen los van alle tijdelijke gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen, terwijl ze deze wél waarneemt en er daarom bewust van is.
Wij zijn dus deze waarnemer/dit waarnemen.
Als een gedachte, gevoel of zintuiglijke waarneming opkomt en weer weg gaat, zijn wij er zelf namelijk nog steeds.
Wie is er dan nog steeds?
De bewuste, stille waarnemer, de observator.
Of het bewuste, stille waarnemen, observeren.
Dit waarnemen is een geestelijk waarnemen.
Als we nauwkeurig kijken waar de waarnemer is dan kunnen we geen locatie aanduiden, terwijl ze tevens altijd hier-en-nu is.
Met andere woorden:
de waarnemer die we zijn is overal en altijd en is niet gebonden aan ons lichaam, hoofd, gedachten, gevoelens, zintuigen.
Wij kunnen niet ons lichaam zijn, aangezien alles in het lichaam iedere tel sterft (cellen, gedachten, gevoelens, enz.), terwijl wijzelf als waarnemer gewoon doorleven.
BEWUSTZIJN VERSUS ANGST
Deze waarnemer is bewustzijn. Door dit bewustzijn worden we ons bewust van onze gedachten, gevoelens, woorden, zintuiglijke ervaringen en handelingen. Dit bewustzijn dat wij zijn is dus altijd aanwezig, is stilte, is vredig, oordeelt niet, is tijdloos, is oneindige ruimte, is geluk, is vrijheid.
En is liefde.
Overal, altijd.
En dit terwijl ons lichaam, onze gedachten en gevoelens tijdelijk zijn en sterven.
Aangezien jij bewustzijn bent en ik bewustzijn ben en alles wat leeft bewustzijn is, betekent dit dat degene die wij werkelijk zijn precies dezelfde is als ieder ander en dat wij allen, en alles wat leeft, een diepgaande gelijke identiteit hebben, namelijk bewustzijn, vrede, stilte, geluk, vrijheid, liefde.
Echter, zolang wij dénken, inderdaad, dénken, dat wij ons lichaam zijn, onze gedachten en gevoelens zijn, dan identificeren wij ons hiermee en scheiden we ons af van de ander, van de natuur, van de wereld, van onze buren, en zien wij niet meer onze gedeelde identiteit, maar zien wij slechts uiterlijke verschillen.
Door deze afscheiding ontstaat de angst voor de ander, de zogenaamde ander, van wie wij niet meer zien dat hij mij is, hij ons is, ik hem ben, wij hem zijn, ik jou ben, jij mij bent.
Door deze vereenzelviging met het lichaam (of met familie, volk, land, geloof, beroep, huidskleur, geslacht, sociale status, overtuiging, club, enz) verlaten wij iedere tel het geluk dat wij zijn en het vredige paradijs waarin wij hier op aarde leven, en creëren wij in plaats daarvan de bange, boze hel op aarde.
Vervolgens geven wij de ander de schuld van het lijden dat wij zélf hebben gecreëerd, terwijl wij in wezen die ander zijn. De ander, die precies hetzelfde doet met ons als wij met hem en ook niet beseft dat wij hem zijn.
SAMENGEVAT
Wij, de mens, jij, ik, en alles wat leeft,
is bewustzijn,
is vrede,
is stilte,
is vrijheid,
is geluk,
is liefde.
Dit is de eenheid waarin wij leven en die wij zijn, aangezien ze voor ieder mens geldt.
Deze eenheid is er altijd, ook als ze niet wordt opgemerkt. Ze gaat vooraf aan iedere gedachte en is dichterbij dan gedachten en gevoelens. Dit is de reden dat we er vaak overheen kijken. We zoeken in de buitenwereld datgene wat in ons het dichtste bij is. Wat wij zijn.
CONDITIONERING
Tegelijkertijd zijn wij vanaf geboorte (en via conditionering van familie, omgeving en cultuur ook al vóór onze geboorte) geconditioneerd met gedachten, angsten, woede, haat, verdriet, blijdschap, enz.
Ieder kind komt geconditioneerd op aarde en heeft al een bepaald karakter dat later in de opvoeding verder wordt gevormd tot een nóg meer geconditioneerde persoonlijkheid. Geconditioneerde emoties en gedachten komen en gaan, terwijl de vrede, de liefde, het geluk en het bewustzijn dat wij zijn er ook altijd is.
Je zou kunnen zeggen dat we in twee werelden leven :
1.
In de wereld van het vrije, vredige, gelukkige, open bewustzijn dat wij altijd zijn en dat ieder mens is.
2.
In de conditionering van onze gedachten en gevoelens die bepaald zijn door geboorte, opvoeding, familie, omgeving, scholing en cultuur.
Hoe te leven met deze ogenschijnlijke twee-eenheid?
Wij bezitten het bewuste vermogen deze gedachten en emoties volledig in ons toe te laten, omhoog te laten komen, te herkennen, voelen, erkennen, aanvaarden en deze dan in liefdevolle aandacht te omzwachtelen en doordrenken met ons bewustzijn. Hierdoor hebben we de mogelijkheid de vaak bange, boze, beperkende gedachten en emoties te transformeren tot vrede, geluk en liefde.
We ( = bewustzijn) zijn in dit geval dan de liefhebbende ouder die ons innerlijke kind ( = onze bange, pijnlijke gedachten en emoties) troost met aandacht, begrip en liefde.
Onze innerlijke wereld kunnen we in de buitenwereld vergelijken met de grote moederzwaan (zie foto) die haar kleine, kwetsbare kindjes bescherming en liefde biedt onder haar warme vleugels.
We projecteren onze schaduwkanten, onze onverwerkte kanten, dan niet meer op anderen en de buitenwereld, maar we omzwachtelen, verzachten, verwerken onze pijn, angst, woede, enz. met ons bewustzijn, waardoor de zwarte modder die in ons zit kan transformeren tot goud.
Van pijn tot zachtheid,
van lijden tot blijdschap,
van afsluiting tot openheid,
van angst tot moed,
van woede tot gesprek,
van haat tot empathie,
van oorlog tot vrede,
van dood tot leven.
De vraag is:
Zien we onszelf nu?
Of geloven we in het verhaal dat het verleden ons heeft verteld?
Anders gevraagd :
Zien we de werkelijkheid nu?
Of geloven we in het beeld dat we hiervan hebben gemaakt?
Nog anders:
Zie we onszelf én zien we ‘de ander’ nu?
Of geloven we in de beelden van onszelf en van de ander die ons aangeleerd en verteld zijn en blijven we deze beelden herhalen?
Wat kies je?
Hebben we een keuze?
Er is maar één weg naar duurzame vrede:
WETEN WIE JE BENT
Er is maar één Shalom.
Er is maar één Sala’am.
Ik ben jou, jij bent mij.
Samen zijn we vrede.
Als we dit niet weten, en vanuit deze onwetendheid denken, voelen en handelen, dan ontstaat de angst en het beeld in het hoofd dat ‘de ander’ gevaarlijk, bedreigend en onze vijand is. Om dat vóór te zijn, gaan we ‘de ander’ aanvallen, terwijl we dan in feite het beeld aanvallen dat onze angst heeft verzonnen, waardoor we vergeten dat wij de ander zijn en de ander ons is. Het beeld komt in de plaats van de werkelijkheid en het is dit beeld dat de oorlog verklaart. Iedere oorlog is een beeldenstrijd, een strijd om beelden en in beelden. Beelden die wij ons inbeelden maken de oorlog.
Zolang de mens gevangen blijft in beelden zal de volgende zin, na ruim 2000 jaar, de komende 2000 jaar wederom vaak nutteloos worden herhaald door de wijze, wanhopige roependen in de woestijn:
‘Vader vergeef ze, want ze weten niet wat ze doen.’
Tenzij we wél weten wat we doen.
Tenzij we wél weten wie we zijn.
En de verzonnen beelden verlaten waar we zo aan zijn gehecht.
Zo afgrijselijk angstig aan zijn gehecht dat we geloven dat ze waar zijn.
Dat we geloven dat ze de Waarheid zijn.
Dit is het enige probleem van het Midden-Oosten conflict.
Van ieder conflict.
En van iedere oorlog.
