293. Zin in het leven. En kijken in de spiegel.

Op een bankje in de Choorstraat nuttig ik mijn lunch.
En nuttigt mijn lunch mij.
Een oude man komt aangelopen met opvallend kwieke tred en heldere ogen. Ik kijk hem aan en zeg: ‘Volgens mij heeft u er zin in vandaag.’
Hij gaat naast me zitten en zegt lachend:
‘Dat klopt. Naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer zin in het leven.’
Ik: ‘Daar hoor ik graag meer over. Vertel!’
Hij: ‘Nou kijk, vroeger dacht ik nog dat als ik iets wilde dat ik dat ook zou doen en kunnen. Het rare is dat terwijl ‘Willen’ in de eerste levenshelft zo belangrijk is, het in de tweede helft steeds meer wegvalt.
Hetzelfde geldt voor keuzes maken. Ook dat is iets voor jongeren. Het is tenslotte noodzakelijk om te leren kiezen binnen de oneindige mogelijkheden die er zijn. Het is belangrijk om Jezelf te leren kennen, voor Jezelf te leren kiezen, en te doen wat belangrijk is voor Jou.
Kortom, er is dan nog sprake, of er lijkt sprake te zijn, van een Ik dat iets wil, kiest, en een doel heeft. En als je dan eenmaal dit belangrijke bewuste Willen, Kiezen en Denken hebt verworven, dan vervliegt dit alles en lost op in de Tijd.’
‘Tot nu toe kon ik u goed volgen, maar dat iets oplost in de Tijd, dat begrijp ik niet.’
‘Weet u, keuzes maken betekent altijd conflict. Als je kiest is er altijd een tegenstelling tussen voor-tegen, ja-nee, zwart-wit, enz.
De overname van ons leven door de Tijd betekent dat we die alleen maar kunnen laten gaan en haar loop volgen. Dit volgen is conflictloos.’ ‘Conflictloos leven. Kan dat?’
‘Ja. Het is het meest natuurlijke wat er is.
Wíj willen en kiezen niet meer, maar datgene wat gebeurt kiest óns. Het gaat hierbij niet om een project van zelfverbetering, maar om iets geheel anders: het totale verlies van het Ik. Het Ik blijkt namelijk niets anders dan een denkbeeld te zijn, drijfzand, en zelfs dát niet.’
‘Besta ik dan niet meer?’
‘Uw zelfbeeld bestaat niet meer. Wanneer we eenmaal zó helder en ontvankelijk zijn om ons te laten meesleuren door het niks, dan smelt het Ik steeds meer weg. Dit is niet iets wat we doen, willen of kiezen, maar wat zich aan ons voltrekt. Vaak aanvankelijk als levenscrisis.
Op het moment dat we dit zien, worden we eerst bang, machteloos en hopeloos, en daarna keuzeloos gewaar. In dit nieuwe gewaarzijn ontstaat de verbinding met al wat leeft en stromen we mee in haar beweging. Door niks te zijn, vallen we samen met die beweging en worden we bevrijd van ons eerder zo zorgvuldig opgebouwde en beperkte Ik.’
‘Toch heeft dat IK mij veel gebracht.’
‘Inderdaad. Deze bevrijding is daarom alleen mogelijk, mits er eerst een sterk Ik is waarvoor hard en zwaar is gevochten. En mits dit Ik eerst iets volkomen unieks heeft gedaan in de buitenwereld, al is het nog zo klein.
Bevrijding heeft tenslotte alleen zin als er eerst een gevangenis is die het Ik belangrijk vindt.’

Dan schiet hij in de lach, neemt afscheid en vervolgt zijn weg.
Even verder draait hij zich nog even om en roept:
‘Niks proberen hoor! Ouder worden doe jij niet, hè, dat gaat vanzelf. Zin óók!’
En voort loopt hij.
Kwiek, schaamteloos en schuldloos.

Plaats een reactie