Ik zie de TV-documentaire over ‘smart cities’ met oneindig beschikbare data-base
waarmee steden elke burgervoetstap kunnen volgen.
Ik zet mij neer achter de laptop die me iets vertelt over de toegankelijkheid van de netwerkgateway
en
het gebruik van de internetprotocollen
en
dat de netwerkadapterconfiguratie nodig moet worden hersteld.
(bent u daar nog?).
Een expert zegt me dat ik via een ijzersterke SEO-positie in Google en inzichten in Adwords nóg meer bezoekers naar mijn website kan lokken.
Dan
kijk ik uit het raam
en zie mijn opa langsrijden
met zijn paard en wagen
op een landweg
waar bomen ruisen
vogels zingen
en water helder stroomt.
‘Opa, waar gaat u naar toe?’
‘Lieve jongen, ik ga nergens naar toe.’
En traag, zó traag
kuiert opa
met zijn paard, zijn wagen
op de landweg met ruisende bomen
zingende vogels
en helder stromend water
naar het onbeweeglijke stille pad
dat niets moet
dat nooit verandert.
Als opa stilstaat verdwijnt hij.
En zie ik
dat het pad overal is.
En zie ik
dat er niets is waar ik niet ben.