De melodie van ons huidige volkslied, het Wilhelmus, werd gespeeld tijdens de Slag van Chartres in 1568 toen de Hugenoten (protestanten) onder leiding van Lodewijk I, prins van Bourbon-Condé, de stad belegerden. Het lied heette:
‘Oh la folle entreprise du prince de Condé’.
Bij die slag was aanwezig de Zuid-Nederlandse theoloog en monnik Petrus Datheen die het Franse lied van Nederlandse tekst voorzag tussen 1568 – 1572.
Dit is althans de laatste theorie (uit 2016) over de oorsprong van ons huidige volkslied.
De oudere theorie, die het ook niet zeker wist, verwijst naar Philips Marnix van Sint Aldegonde, de gezant en vriend van Willem van Oranje, die hier zelf nooit iets over heeft gezegd, dus aannemelijk klinkt deze oude theorie niet.
Ik kies dus voor Petrus Datheen, als zijnde de tekstschrijver van het Wilhelmus.
De componist is onbekend, maar zal vermoedelijk een Franse Hugenoot zijn geweest.
In 1626 heeft Adriaen Valerius het lied voor het eerst op notenschrift vastgelegd.
Dit volkslied werd niet door iedereen gewaardeerd. Zo waren de anti-orangisten, de katholieken, de patriotten, en later de socialisten tegen de tekst.
Van 1817 – 1932 hadden we hierdoor een ander volkslied (na een prijsvraag), getiteld:
Wien Neerlandsch bloed.
Componist Johan Wilm.
Tekst Hendrik Tollens.
In dit lied komt de zin voor:
‘Wien Neerlandsch bloed door d’aderen vloeit,
Van vreemde smetten vrij.’
Vooral dit laatste zinsdeel maakte dat het lied nooit echt omarmd werd door het volk en al helemaal niet in ‘onze’ koloniën.
In 1932 werd, vooral op aandrang van Koningin Wilhelmina, door de regeringsraad dan toch maar besloten het Wilhelmus wederom in te voeren als volkslied.
In WOII kreeg het lied een nationale verbindende functie doordat het altijd gespeeld werd ter afsluiting van iedere uitzending van Radio Oranje vanuit Londen, waar Wilhelmina haar gloedvolle toespraken hield voor het onderdrukte Nederlandse volk.
Een gezamenlijke vijand verbindt …
Het Wilhelmus heeft in totaal 15 coupletten en ieder couplet begint met de volgende letter van de naam: Willem van Nassau (waarbij de laatste u als v wordt geschreven).
KONINGSDAG
Onze eerste nationale feestdag heeft als oorsprong: 18 juni 1815.
Het is de dag dat Napoleon de Slag bij Waterloo verliest waardoor Nederland weer een vrij land wordt. Deze nationale feestdag heette: WATERLOODAG.
Dit raakte echter in de vergetelheid en toen bedachten de Liberalen een nieuwe nationale feestdag om de eenheid van land en volk te benadrukken.
Dit werd: PRINSESSEDAG.
Ingesteld vanaf 31 augustus 1885 toen Prinses Wilhelmina 5 jaar oud werd.
In 1898 werd dit dus automatisch KONINGINNEDAG toen Wilhelmina 18 jaar werd en wettelijk mocht gaan regeren. Deze eerste echte Koninginnedag werd overigens alleen nog maar in Utrecht gevierd. Wilhelmina bleef op haar verjaardag gewoon thuis.
Op 30 april 1948 wordt Juliana koningin en zij stelt het ‘Défilé op Soestdijk’ in, waarbij ik altijd moet denken aan de hilarische conference van Wim Sonneveld hierover.
Oceanen van bloemen en cadeaus lagen op de trappen van het bordes en een eindeloze stoet mensen ging wuivend voorbij aan de terugzwaaiende en steeds vermoeider wordende koninklijke familie.
Het tv-verslag hiervan werd gedaan door Dick Paschier die ook het tv-programma Zeskamp presenteerde.
Op 30 april 1980 komt Beatrix aan het bewind en die bezoekt, met familie, verschillende steden op één dag.
Op 27 april 2013 treedt Willem-Alexander aan en vieren we de eerste KONINGSDAG.
De koning bezoekt, ook met familie, steeds één stad die een regionale functie vervult,
zoals dit jaar 2024 : Emmen.