323. Euh …

Een oud-leerling is in mijn woonwijk Buitenhof aan het werk. Hij belt me om even langs te komen en bij te praten. Ik zit echter ver weg en druk bezig niets te doen met cortado en krant bij Hanno op het Doelenplein.
Oplossingsgericht opper ik: ‘Anders kunnen we voor komende week iets afspreken.’
Hij antwoordt : ‘Euh… ja, zou kunnen.’
Ik: ‘Je zin begint met euh. Wat wil euh zeggen ?’
Hij: ‘Mijn boekhouder, die ook een goede vriend is en de vader van mijn beste vriend, is ernstig ziek en ligt in Duitsland op sterven. Het kan morgen afgelopen zijn of over een paar weken, maar het kan zijn dat ik daar de komende week vaak ben en dat binnenkort het definitieve afscheid is. Dus met jou afspreken binnenkort wordt lastig, denk ik.’
‘Ah, zo ja, ik snap je euh. We zien dan wel hoe het loopt. Ik wens je sterkte.
En euh… oh ja, ik hou van je.’
‘Haha! Ik euh… ook van jou. Geniet van Hanno. Ciao.’

En tranend en lachend nemen we afscheid.
Euh…
Tijdelijk.

Plaats een reactie