Zo zijn daar :
DE vluchtelingen
DE buitenlanders
DE Republikeinen
DE PVV’ers
DE Wokers
DE moslims
DE joden
DE studenten
DE politici
DE collega’s
DE Hollanders
DE stadters
Enz.
DE.
Dus.
DE wil zeggen: Ze deugen niet. Allemaal niet.
In het beste geval zeggen we : er zitten ook goeie bij.
En ‘ze’ zeggen precies hetzelfde over ‘ons’. Dit delen ‘we’ in ieder geval met ‘hen’ :
het oordelen over de ander zonder de ander echt te kennen.
Een voorbeeld: DE stadters.
In het Nierup (Nieuwe Niedorp) van mijn jeugd kwam er wel eens iemand van buiten in ons dorp wonen. Dat was nogal wat. Iemand die niet van ons was. Wat moet je ermee? En hij met ons? (al vroegen we ons dit laatste nooit af).
Eerst dan maar een naam geven : DE stadter.
Een naam schept afstand, vooral met het bepaalde lidwoord ervoor : DE.
Veiligheid.
DE stadter komt uit de grote stad, uit Amsterdam of Haarlem of zo. Ver weg.
Kouwe kak.
Kouwe kak = verwaand.
Hij denkt zeker dat hij beter of hoger is dan wij. Puh!
Hij moest dan eerst maar eens aan ons bewijzen dat hij deugde. Wij woonden hier tenslotte al eerder, daarom hebben wij rechten. Hij (nog) niet.
Logisch, toch?
Wij meer rechten dan zij.
Toch?
Of niet dan?
Dus begon de stadter zich aan ons aan te passen. (wij niet aan hem). Hij wilde tenslotte ook normaal zijn, erbij horen, gewaardeerd worden, net als wij. Hij ging op voetbal, werd lid van de biljartclub, dronk bier, prikte dahlia’s en pompoenen mee voor de Floralia, en zei dat hij dit leuk vond. Gezellig vooral.
In dit integratieproces was het moment gekomen dat hij de volgende stap mocht zetten :
In de kroeg grote klappen op tafel geven en boude uitspraken doen in de categorie :
‘Die lui in den Haag zijn allemaal zakkenvullers,
die minister is een lul,
die club kan niet voetballen,
dat is een lekker wijf,’
enz.
Als hij te ver doorschoot in zijn integratie en hij probeerde :
‘Die in den Haag benne….’ (benne = zijn) dan werd hij resoluut teruggefloten of uitgelachen, want ja, het was een dappere poging, maar DE stadter moest natuurlijk wel begrijpen dat hij ons op dit linguïstische vlak nooit zou kunnen overtreffen. Dit was van ons!
Zo voelden we ons even verheven boven een buitenstaander tegenover wie wij ons heimelijk minder voelden, maar dit verborgen onder een wankele koorddanserij van tolerantie en superioriteit die we in onszelf niet herkenden, aangezien deze al eeuwen in onze volksaard zaten en onbewust in ons voortleefden.
Ons voortdreven.
De dijken die we (we!) eeuwenlang met daadkracht en doodsverachting hadden gebouwd om te overleven en gevaren buiten de deur te houden waren er tenslotte niet voor niets.
De beschermende dijk als volksaard.
Harde arbeid en doodsangst verenigd.
Dat schept een band.
Inmiddels zijn de oorspronkelijke Nieruppers in de minderheid in hun eigen dorp en is het dorp sinds enkele jaren opgegaan in een groter geheel: Hollands Kroon.
Net als de Delvenaren Delftenaren zijn geworden.
En de Nederlanders op weg zijn Europeanen te worden.
Het is één en dezelfde eeuwenlange beweging van horten en stoten, afweer en toelaten, oordelen en aanvaarden, afstand en nabijheid.
Oorlog en vrede.
Wereldwijd.
Ieder moment.
In jou, in mij, in ons, in hen.
Nu gebeurt er iets heel raars : Alles en iedereen leeft gewoon door.
Het verschil tussen stadter en Nierupper vervaagt steeds meer. Eigenlijk verandert er niet veel, alleen de buitenkant, en iedereen leeft gewoon samen, met en naast elkaar.
De Delvenaar wordt Delftenaar.
De Nederlander Europeaan.
De Europeaan wereldburger.
De wereldburger heelalbewoner.
Uiteindelijk.
Raar, hè?
Ik vraag me af: Hoe kan dit?
Wat is datgene wat ons verbindt, terwijl we er ook altijd tijdelijk tegen vechten?
Wat zorgt ervoor dat uiteindelijk alle buitenkanten, alle etiketten, alle namen, alle uiterlijkheden, ale oordelen, alle meningen, alle verledens, alle pijnen en angsten onbelangrijk worden?
En het gewone, het normale, het aardige, lieve, menselijke, natuurlijke samenleven kan ontstaan? En overblijft.
Wat is dat?
Nou gaat het er mij niet om hier een naam of etiket aan te geven, maar meer:
Kunnen we dit herkennen?
Beseffen?
In onszelf en bij degene die wij de ander noemen?
Kunnen we dit leven?
Voelen?
In praktijk brengen?
Niet omdat dit moet.
Dit zijn we.
DE bestaat namelijk niet in de werkelijkheid.
Fijne, nieuwe week, chers amis!
Maak er wat van. ![]()
