Op 4 juli dit jaar is het groot feest in Amerika!
Het is dan precies 250 jaar geleden, op 4 juli 1776, dat ‘The Declaration of Independence’ door 56 handtekeningen (van grootgrondbezitters en slavenhouders) werd ondertekend en bekrachtigd.
Deze Onafhankelijkheidsverklaring betekende het einde van de Britse heerschappij en de oprichting van de Verenigde Staten van Amerika.
De kern van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring draait om één centrale gedachte:
alle mensen hebben onvervreemdbare rechten, en regeringen bestaan alleen met toestemming van het volk.
In de beroemde passage uit de inleiding staat dat mensen recht hebben op:
“life, liberty and the pursuit of happiness” — leven, vrijheid en het nastreven van geluk.
Deze rechten zijn volgens de opstellers niet door een koning of overheid gegeven, maar aangeboren. Daaruit volgt de tweede cruciale regel:
als een regering deze rechten schendt, heeft het volk het recht om haar te veranderen of af te schaffen.
Dat idee was revolutionair in 1776 en vormde de morele rechtvaardiging voor de breuk met Groot-Brittannië.
Dit klinkt allemaal goed, nietwaar?
Ik denk echter dat het begin van het Amerika, zoals we dat nu kennen, veel eerder is begonnen dan 1776. En veel gewelddadiger.
Hierover gaan de twee delen die die morgen en overmorgen zullen verschijnen :
‘Van Columbus tot Trump. En verder.’
Teneinde te begrijpen wat zich zowel vroeger als heden ten dage afspeelt. En dat er een lange rode draad is.