Zoals de ouders en de eerste jaren van een kind bepalend zijn voor de rest van zijn leven, geldt dit ook voor een land.
In oktober 1492 kwam een breedgeschouderde scheepskapitein uit Genua, Italië, Christoffel Columbus, aan op Haïti, dat ‘bergland’ betekent, en hij zag ‘naakte mensen’, zoals hij schreef in zijn logboek.
Hij dacht overigens dat hij Oost-Indië had bereikt en noemde de inwoners daarom Indianen. Hij gaf het eiland de naam Hispaniola, het ‘kleine Spaanse eiland’, omdat hij niet wist dat het al een naam had. Van de inwoners zei hij:
‘Ze hebben geen wapens en geen gereedschap. Ze doen niet aan bedrog en kennen geen achterdocht.’
Bij zijn volgende reis nam Columbus de geleerde en priester Ramón Pané mee. Die ontdekte dat de inwoners, de Taíno, geen schrift hadden, maar wel een bestuur.
Hij schreef:
‘Ze hebben hun wetten verzameld in oeroude liederen en daarmee besturen ze zichzelf. Ze zingen hun wetten en ze zingen hun geschiedenis. De liederen liggen niet vast in boeken maar in hun geheugen.’
Columbus besloot hierop dat de inwoners geen zeden en geloven hadden. Hij beschouwde elk verschil tussen hemzelf en de ander als een gebrek. Op grond van de stelling dat ze geen geloof en geen wereldlijke regering hadden en dus ongelovigen en barbaren waren die geen rechtmatig bezit konden hebben, eiste hij het bezit van het land op. Uiteraard met als doel: Make Hispaniola Great Again.
In hun liederen verwoordden de inwoners hun waarheden. Ze verhaalden hoe de dagen en jaren nadat de breedgeschouderde scheepskapitein hun eiland voor het eerst in zicht kreeg, de slechtste tijden ooit waren. Hun god Yúcahu had ooit voorspeld dat ze ‘hun heerschappij slechts voor een korte tijd zouden kunnen genieten omdat een gekleed volk naar hun land zou komen dat hen zou overvallen en doden.’
Die voorspelling is uitgekomen.
Toen Columbus op hun eiland landde, leefden er ongeveer drie miljoen mensen; vijftig jaar later waren er nog maar vijfhonderd over, was verder iedereen dood en bleven hun liederen ongezongen.
De geschiedenis van de Verenigde Staten begint niet in 1776, met de Declaration of Independence, maar in 1492. De waarheden waarop de natie is gesticht zijn gesmeed in een smeltkroes van geweld voortgebracht door verbijsterende wreedheid, overweldiging en bloedvergieten, en de vernieling van hele werelden.
Columbus begon zijn reis in opdracht van de Spaanse kroon die met de zojuist volbrachte ‘Reconquista’ met veel geweld alle joden en moslims uit het land had verbannen. Het was de bedoeling dat Columbus het geweldige christelijk geloof ook over de rest van de wereld zou verspreiden. Het voorbeeld van hoe dat moest had hij reeds gezien voordat hij afreisde: genocide en verbanning.
Overigens heeft Columbus tot aan zijn dood in 1506 nooit geweten dat hij een nieuw land had ontdekt. Hij bleef geloven dat het Oost-Indië was. Andere informatie was voor hem ‘fake news’.
AMERIGO VESPUCCI
Degene die dit wel wist was Amerigo Vespucci die in 1503 een verslag van zijn reis maakte onder de titel Mundus Novus (Nieuwe Wereld). De Duitse cartograaf Martin Waldseemüller maakte in 1507 op basis hiervan een nieuwe kaart van de wereld. Als een gebaar naar Amerigo Vespucci vond Waldseemüller een nieuw woord uit en gaf het nieuw ontdekte werelddeel een naam: America.
Doordat de boekdrukkunst vlak voor die tijd was uitgevonden is die naam America vele malen gekopieerd en herdrukt. Het is hierdoor dat deze naam America is blijven hangen.
Net als elke geschiedenis van elk land en persoon, bestaat deze uit een chaos van toevalligheden en onvoorziene gebeurtenissen, van wonderen en gruwelen met een onwaarschijnlijk, onaannemelijk, verbazingwekkend verloop.
Echter, er is een rode draad zichtbaar.
De rode draad die een link legt tussen oktober 1492 en januari 2021 en vandaag de dag, tussen de mentaliteit van Columbus en zijn navolgers en die van Trump en zijn aanhangers, tussen de daden van toen en van nu.
‘And once they are done with hate,
they’ll have to deal with pain.’
James Baldwin.
Gister: Intro.
Morgen deel 2.
——————————————————————–
Bron: DEZE WAARHEDEN, Een geschiedenis van de Verenigde Staten,
door Jill Lepore, professor Harvard University.