209. Geschiedenis 1. Het Rampjaar, de Moord en Wij

In het Rampjaar, op 20 augustus 1672, deze week 350 jaar geleden, vond de op een na belangrijkste moord in de Nederlandse geschiedenis plaats.
De moord op Johan en Cornelis de Witt bij de Gevangenpoort in Den Haag.
Johan was Raadpensionaris, qua functie de Mark Rutte van die tijd, zeg maar.
Wie vermoordde hen?
De woede van het Nederlandse volk.
Waarom was het volk boos?
Omdat het land in slechte toestand verkeerde.
Wat deed het volk met zijn boosheid?
Uit woede en onmacht vermoordde het volk twee broers die men de schuld gaf van de slechte toestand van het land.
Nederland werd aangevallen door vier landen: Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen.
Het volk was redeloos, de regering was radeloos, het land was reddeloos.
Zoals we leerden op school.

Johan was op 20 augustus op bezoek bij zijn broer in de gevangenis en beiden werden door het woedende volk uit de gevangenis gesleurd.
Overigens:
De gevangenis bevindt zich op 50 meter afstand van de plek waar tegenwoordig, in regeringsloze periodes, de kabinetsformaties plaatsvinden: in het Johan de Witt Huis aan de Kneuterdijk in den Haag, de plek waar Johan woonde toen hij werd vermoord.

De gebroeders de Witt werden niet alleen vermoord, maar gelyncht, oftewel hun lichamen werden opengesneden en verscheurd en lichaamsdelen werden afgehakt.

Door woede.

Op de plek waar al dit afschuwelijks gebeurde, liggen en staan nog dagelijks bloemen en planten. Hagenaars noemen deze plek ‘Het Groene Zoodje’. Het is de plek waar het stenen bankje staat aan de Hofvijver, met een prachtig uitzicht over de eeuwenoude gebouwen van het Binnenhof en daarachter de nieuwe torens van de ministeries, gebouwd in de jaren ’90 van de twintigste eeuw.
Tegenover het bankje en de bloemenzee staat het standbeeld van Johan de Witt, een van onze grootste staatsmannen ooit. Iedere 20e augustus zijn er in Den Haag vele evenementen om deze vreselijke gebeurtenis én de gebroeders de Witt te herdenken.

Mijn voorstel:
Laten we allen iedere 20e augustus Johan en Cornelis de Witt landelijk herdenken.
Het zijn zij die zo veel voor ons, ons land, onze vrijheid en democratie hebben gedaan en betekend, en waar we tot op de dag van vandaag van profiteren.
Laten we hieruit lering trekken voor onszelf vandaag. En wéten en beséffen dat woede alleen maar tot vernietiging leidt.
Laten we de baas blijven over onze eigen woedes. In daad én in woord.
Als ik zo vrij mag zijn.

Vredig weekend en leven voor ons ALLEN.
En voor wie en waar dan ook ter wereld.
Ook binnen huwelijken, families en alle gemeenschappen.
En vooral waar alles begint: in jezelf.

Vrede, Peace, Sala’am, Shalom, Paix, Frieden, Paz.

Er is geen andere weg mogelijk.

208. Overzicht tot nu toe en vooruitblik

Hier een overzicht per thema van de verhalen die tot nu toe op mijn blog zijn gepubliceerd,
alsmede een vooruitblik op wat komen gaat.

Veel leesplezier verder, beste leesvriend(in)!
En leef het leven zoals alleen jij dat kan.

OVERZICHT EN VOORUITBLIK

1 – 20. Allerlei

21 – 97. Dorpsverhalen

98 – 103. Fluisteringen van de ziel

104 – 114. Mystieke vertellingen

115 – 118. Wereldreizen

119 -143. Poëzie

144 – 150. Toevallingen

152 – 207. Ontmoetingen

VANAF HIER:

209 – … . Geschiedenisverhalen

207. Ontmoeting 55. Autobiografie. De ontmoetingen met mijzelf.

Mooi gezin, lieve ouders die dansten in het lichte duister, de veiligheid van een dorp, spelen in het bos, hutten bouwen, cowboy-indiaantje (‘nou schiet ik je weer levend’) kloetspringen, voetballen, voetballen, schaatsen, wielrennen, voetballen, voetballen.
Oh ja, en voetballen.
Drijven in een bootje, luisteren naar de wind, liggen in het riet, eerste ervaring van eenheid.

Niks doen.

Leren, lol maken, gezelligheid, het strelen van de eerste meisjesborst, zin in alles.
Zwerven in de nacht, verstijven van doodsangst, haten, schreeuwen, eenzaamheid, vervreemd zijn, verdrinken in verdriet, praten, rennen, neuken, zuipen, huilen, verlaten, terugkeren, omhelzen.
De wereld bereizen, omarmen, gevangen zijn, verdacht van terrorisme, bevrijd worden, bergen op, woestijnen door, jungles in, geuren snuiven, dagen-nachtenlange treinreizen, stinkende steden, hongerende mensen, vreemde geluiden in de nacht, ziek worden, gevaar, vliegvelden.

Niks doen.

Het verdovend-opwindende barkeeper-spel, kroegen, nachtclubs, stranden, campings, verliefdheden, huidproblemen, feesten, experimenteren met illusies, space-cake, xtc, mdma, seks, ghb, coke, poppers, 3mmc, vervreemdingen, verkrampingen, pijn, heerlijkheden, genot, geilheden, gemis.
De ontrafeling van het geheim van de Franse taal, onderwijzen, psychotherapie, filosofie, leraar zijn, mentor en counseler, het nabijstaan van jongeren die zwemmen in de nacht, luisteren naar hen die stilstaan en roepen in de kou.
Shikantaza, de openbaring van de verborgen diamant, Zen, ontmoetingen met verlichten, wonen en werken bij een Zen-meester, leven in aandacht en meditatie.

Niks doen.

Korte relaties met vrouwen en een héle lange relatie van elf maanden.
Jazz, saxofoon spelen, Bigband, biljarten, Nederlands kampioenschap, dansen, zingen, Fransman zijn, in Frankrijk wonen, zeven dagen per week werken, avontuur, vrij zijn, humor en lachen, verhuizen, verplaatsen, bewegen, verhuizen, verhuizen, verplaatsen, verplaatsen, bewegen, verlaten, alles opgeven, bezitloos leven, wereldrugzakken, reizen en reisleiden.
Helden.
George Best, Ard Schenk, Johan Cruijff, Louis Armstrong, Charlie Parker, Duke Ellington, Michael Jackson, Raymond Ceulemans, Godfried Bomans, Toon Hermans, Monty Python, Jean-Paul Sartre, Arthur Rimbaud, Martin Spaanderman, Nico Tydeman, Isaac Shapiro, Thich Nhat Hanh.
Leven in stilte, alleen zijn, monnik zijn, intuïtie, onderzoek naar het onbekende, innerlijke scholing, schoonheid, het heldere zien, het andere, de top van het talent.
Studeren, hersens kraken, nieuwe kennis, boeken, hoofdgrenzen oversteken, voelen, vallen, door het slijk kruipen, gek worden, pijn lijden, depressie, psychose, dakloos, wanhoop, sterven, doorlopen, bovendrijven, aankomen, begrijpen, verstaan, horen.
Bedrijf starten, failliet gaan, huis verkopen, schulden maken, terugbetalen, doorstarten, meerdere beroepen, nieuwe kennis en talenten in de wereld zetten, lekker geld.
Schrijven, boeken baren, bevredigd worden, verlangens leven, lichaamstaal, voldoening schenken, publiceren, verkopen, geschiedenis, literatuur, poëzie, esoterie, mystiek, gesprekken voeren, gidsen, vrienden, vriendinnen, familie, warmte, openbaarheid, optreden, verbinden, intimiteit, buigzaamheid.
Van denken naar voelen naar zien.
Iedereen is altijd hier, niemand zijn, ambitieloos leven, eeuwig moment, de ander zien, zorgen voor, Delft, omhelzen, beleven, bijdragen, coachen, schouwen in de ander, non-dualiteit.
Bezoldigd gesprekspartner.
Plezier, het geluk van de wereld, ontroering, dierbaarheid, vertrouwen, thuis zijn, steden ontdekken.

Niks doen.

Oh ja, en liefde, vrede, vrijheid, schoonheid.
Eeuwigheid en tijdelijkheid.

Zo is het ongeveer gegaan, terwijl ik niks deed.
Zo gaat het.
Zo zal het gaan.

Wat een wonderlijk gedoetje, hè?

Mijn Leven.
Het Leven.

206. Ontmoeting 54. Mijn ware verhaal

Ooit liet Thich Nhat Hanh, de Vietnamese Zen-meester,
mij zien dat 7 miljard mensen op aarde iedere tel 
zichzelf en alle levende wezens discrimineren.
Tot aan mineralen aan toe.

Graag vertel ik je hoe deze Zen-meester,
die ooit door Martin Luther King werd voorgedragen
voor de Nobelprijs voor de Vrede, 
deze werkelijkheid aantoont.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw,
na 15 jaar Zen-meditatie en beoefening in 
de Hippie-tempel van Amsterdam, ‘de Kosmos’,
zegde ik alles op,
mijn onderwijsbaan, mijn huis, al mijn spullen, mijn land,
en ging twee jaar bezitsloos op wereldreis.

Mijn eerste reis was het grote voorrecht om drie maanden lang
als Zen-monnik in aandacht en stilte te mogen leven, werken, eten, mediteren 
in Plum Village, de gemeenschap in Zuid-Frankrijk 
van de grote Zen-meester Thich Nhat Hanh.

Ik was erbij en zag hoe een Israelische moeder
wier kinderen met rotsen waren vermoord door Palestijnen
en ik zag hoe een Palestijnse man wiens benen kapot waren geschoten door Israëliers
met elkaar begonnen te spreken.

We zagen hoe hatende Israeliërs en Palestijnen,
en hoe woedende Vietnamezen en Amerikanen,
hun oorlogspijn en haat met elkaar deelden
en na helende weken van gezamenlijke meditaties, gesprekken 
en oefeningen,
samen naar hun landen terugkeerden
om met elkaar als aandachtige vredeswerkers de wonden van hun volk 
te helpen helen.

Zij en wij zagen in dat de oplossing van conflict en oorlog
niet op politiek terrein ligt,
maar in de dagelijks beoefende vrede van onze eigen gedachten.

Als je boeken leest verwerf je kennis.
Als je een groot Zen-meester in levende lijve dagelijks ontmoet,
absorbeer je het ijlste bewustzijn.

Gedurende 14 dagen
mediteren van 04.00 uur ’s ochtends tot 18.00 uur ’s avonds
in stilte eten
en om 20.00 uur naar bed.

Na deze twee stilte-weken begon het stille werk, 
drie maanden lang, 7 dagen per week.
Iedere 20 minuten luidde men ‘de bel van aandacht’. 
Iedereen liet dan ter plekke al het werk vallen waar hij mee bezig was
en richtte zijn aandacht op de ademhaling en het huidige moment.

Hoor je de bomen ruisen? 
Voel je je voeten op de grond?
Voel je je pijn, angsten, woede, verdriet, vreugde?
Zie je de ander? Echt?
Waar adem je nu?
Na een halve minuut vervolgde een ieder weer zijn werk,
nóg aandachtiger, bewuster en verstilder dan daarvoor,
en 20 minuten later klonk de bel wéér.

We kregen eetlessen, looplessen, begroetingslessen, spreeklessen, levenslessen, vredeslessen. En poeplessen. 
Hoe eet je?
Eten met elkaar in volledige stilte en aandacht maakt dat je traag 
en bewust gaat eten, langzaam kauwen 
tot het eten alleen nog maar sap is,
voordat het, traag, bewust en natuurlijk naar binnen glijdt.
En daarna een halve minuut of langer in stilte en aandacht 
wachten, luisteren, voelen,
totdat het lichaam vraagt om de volgende trage hap.
En als het lichaam niet vraagt,
stop je met verder eten.

Zelfs de toiletgang werd een Zen-oefening in aandacht.
Waar begint poepen?
En kun je daar met je aandacht bij blijven
en haar beweging volgen?
Een boeiende activiteit, nietwaar? 

En vooral, vooral,
leerden we, 
samen met Palestijnen en Israëliërs,
Vietnamezen en Amerikanen,
Hollanders, Fransen, Engelsen, 
en de hele wereld, 
het enorme, dramatische, ijzingwekkende verschil tussen,
onze discriminerende geest en onze eenheidsgeest.

En eenmaal terug in het dagelijkse bestaan van deze wereld,
voor mij na twee jaar,
begon onze échte levensoefening.
Hoe breng je openheid, zachtheid, bewustzijn, aandacht, vrede, eenheid,
in een wereld die leeft in het tegenovergestelde,
terwijl je dat tegenovergestelde in jezelf ook zo goed kent?

Dan ontmoet je eerst de oorlog in jezelf.
en zie je dat iedere uiterlijke oorlog en conflict
een gevolg is van de oorlogen
die wij iedere tel voeren in onszelf.
Deze oefening duurt een leven lang en stopt nooit
en iedere valkuil doet zich iedere tel voor.

Een Zen-meester is een spiegel.
Kunnen we onszelf zien?

En wie zien we dan?

205. Ontmoeting 53. De professor en de boeddhist

De professor:
De mens heeft van alle levende wezens het hoogste bewustzijn. Een elektron is bijvoorbeeld niet in staat een symfonie te componeren. We zien dus dat een elektron een lager bewustzijn heeft dan de mens. Hetzelfde geldt voor planten en dieren. Er bestaat een hiërarchie van bewustzijnen, van hoog tot laag, en de mens staat aan de top daarvan.

De boeddhist:
Deze woorden zijn een duidelijk voorbeeld van een discriminerende geest en komen voort uit een meerderwaardigheidscomplex, wat hetzelfde is als een minderwaardigheidscomplex of gelijkwaardigheidscomplex. 
Ik ben niet heel trots op dit complex waar wij mensen onder lijden en waar alle discriminatie uit voortkomt. 

Laten we nauwkeurig naar de feiten kijken.

Ieder mens bestaat uit niet-mens elementen, zoals elektronen, mineralen, planten, dieren. In ons zijn al deze niet-mens elementen werkzaam en zonder deze niet-mens elementen zouden wij geen mens zijn.
Als we iets denken, een gedachte produceren, dan is er niet een ik die deze gedachte produceert, maar alle elektronen, mineralen, planten en dieren in ons helpen mee om deze gedachte voort te brengen.
Maar ook onze voorouders zijn op dit moment, en altijd, werkzaam in ons en maken ons tot wie we zijn, wat we denken en wat we doen. 

Dit is geen theorie, maar werkelijke dagelijkse praktijk. 

Tevens is het zo dat als ik kijk, het niet alleen de ogen zijn die iets zien. Alle niet-oog elementen en alle voorouders in ons werken samen om dit zien mogelijk te maken. 
Wij kijken met alles en niet alleen met de ogen. De ogen werken samen met alles wat niet-oog is. Hoe zou je kunnen kijken zonder je hart, je adem of de aarde?
Alle mensen zijn een deel van Moeder Aarde. Dus ook Moeder Aarde helpt ons om een gedachte te produceren. Dit geldt ook voor de zon, want zonder de zon kan de aarde niet leven. Zowel de aarde als de zon zitten in ons en helpen ons om te denken, te handelen en te bestaan. 

Alles wat niet-ik is, maakt mij tot mijzelf.

Dus ook jij, en alles wat bestaat, helpt mij om mij tot mijzelf te maken.
En andersom. 
Dit geldt ook voor het heden, verleden en de toekomst. 
Het heden staat niet los van het verleden en de toekomst. 
Zij helpen elkaar en vormen elkaar. Dus als ik in staat ben om dit moment volledig aan te raken dan help ik het verleden te helen en de toekomst te verbeteren. 
Als ik in werkelijk contact sta met het heden, dan ben ik niet alleen in contact met het verleden en de toekomst, maar eveneens met de eeuwigheid.

Dit moment is diep verbonden met de eeuwigheid.
 
Het is niet zo dat de eeuwigheid beter of slechter is dan dit moment, of dat de ene mens beter is dan de andere, of dat een mens beter is dan een dier, plant of mineraal. 
Alles wat niet-ik is bestaat in ons, werkt met ons samen, en maakt ons tot wie we zijn.

Er bestaat dus geen afgescheiden ik, geen op zichzelf bestaand individu dat los staat van álles wat bestaat, heeft bestaan en zal bestaan.
En dit alles, mensen, zonnen, dieren, bomen, voorouders, elektronen, de aarde, jij, ik, de tijd, dit alles ligt in het hart van bewustzijn.

204. Ontmoeting 52. De oude man en de Tijd

Ik zit naast een oude man op een bankje in de stad.
Hij zegt:
‘Vroeger dacht ik nog dat als ik iets wilde dat ik dat ook zou doen en kunnen. Het rare is dat terwijl ‘Willen’ in de eerste helft zo belangrijk is, het in de tweede helft steeds meer wegvalt.
Hetzelfde geldt voor keuzes maken. Ook dat is iets voor jongeren. Het is tenslotte noodzakelijk om te leren kiezen binnen de oneindige mogelijkheden die er zijn. Het is belangrijk om Jezelf te leren kennen, voor Jezelf te leren kiezen, en te doen wat belangrijk is voor Jou.
Kortom, er is dan nog sprake van een Ik dat iets wil, kiest, en een doel heeft.
Als je dan eenmaal dit belangrijke bewuste Willen, Kiezen en Denken hebt verworven, dan gebeurt er iets wonderlijks: dit alles vervliegt en lost op in de Tijd.
De overname van ons leven door de Tijd betekent dat we die alleen maar kunnen laten gaan en haar beweging volgen. Wíj willen en kiezen niet meer, maar datgene wat gebeurt kiest óns. Het gaat hierbij niet om een project van zelfverbetering, maar om iets geheel anders: het totale verlies van het Ik. Het Ik blijkt namelijk niets anders dan een denkbeeld te zijn, drijfzand, en zelfs dát niet.
Wanneer we eenmaal zó helder en moedig zijn om ons te laten meesleuren door het niks, dan smelt het Ik steeds meer weg. Dit is niet iets wat we doen, willen of kiezen, maar wat zich aan ons voltrekt. Vaak aanvankelijk als levenscrisis.
Door niks te zijn, worden we bevrijd van ons eerder zo zorgvuldig opgebouwde Ik.
Deze bevrijding is alleen mogelijk, mits er eerst een sterk Ik is waarvoor hard en zwaar is gevochten. En mits dit Ik eerst iets volkomen unieks heeft gedaan in de buitenwereld. Bevrijding heeft tenslotte alleen zin als er eerst een gevangenis is die het Ik belangrijk vindt.’
Sprak de oude man op het bankje in de stad.

203. Ontmoeting 51. Dagelijkse gebeurtenissen

Gebeurtenis 1.
Ik werk achter de bar samen met een vrouw.
Ik zeg:
‘Je kijkt nogal moeilijk. Is er iets?’
Zij: ‘Ja. Mijn schoenen doen pijn.’
– ‘Trek dan andere schoenen aan.’
– ‘Dat kan niet.’
– ‘Waarom niet?’
– ‘Deze schoenen staan zo mooi.’

Gebeurtenis 2.
Vandaag loop ik in Rotterdam langs een hotel met het gevelgrote opschrift:

‘De hele wereld is mijn vaderland.’
Erasmus

Het lijkt me een goed hotel.
Een eeuwenoud hotel.
Noodzakelijk hotel.

Toekomstgericht ook.

202. Ontmoeting 50. Maoie stôd agtâh de dêune …

Inderdaad, wat een mooie stad achter de duinen: oh, oh, Den Haag!

De Schilderswijk mooi opgeknapt, het Centraal Station verbouwd, de prachtige skyline met wereldse wolkenkrabbers, en niet te vergeten de pittoreske kleine straatjes met winkeltjes en kroegjes in het centrum.
Ik loop vanaf het nieuwe, vlekkeloos witte stadhuis, Het IJspaleis, en de theaters aan ’t Spui naar de Oude Kerk waarnaast een gedenksteen staat van Neerlands grootste filosoof: Spinoza. Historie, welvaart en herinneringen omarmen mij weldadig.
Achter de Oude Kerk is een pleintje dat behoort bij de Chinese wijk. Dus ruikt het naar geurende bakluchten van wokkende oosterse koks en oogt de plek multicultureel vredig.
Ik kijk naar klaterende kinderen die kirrend rennen naar klimrekken waarop ze hun aanval inzetten om ze triomfantelijk te overwinnen. Ontroerd kijk ik naar de heftig klauterende mensjes die volledig opgaan in hun spel.

Harmonie. Vrede. Plezier. Kinderen.

Als ze weg zijn, loop ik nagenietend naar de klimrekken. Dan pas zie ik dat er overal namen en leeftijden in zijn gegraveerd: Frits 12, Marijke 8, Pieter 10, Joke 4, Moshe 6.
Ik streel mijn hand over de honderden mooie namen gekerfd in vriendelijk speelgoed. Waarom staan die hier genoemd?
Ik kijk naar de grond en lees de woorden die het speelveldje omcirkelen:
‘Verdwenen is de Joodse buurt. Verdwenen zijn de kinderen. Weggevoerd in de Tweede Wereldoorlog. Omdat ze Joods waren. 170 Haags-Joodse kinderen keerden niet meer terug. Velen van hen speelden hier. Gingen hier naar school. Laten we ze niet vergeten. En zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.’

In de tram van den Haag naar Delft echoën woorden langdurig na.
En zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.
Nóóit meer gebeurt.
Nóóit meer.

Nóóit.

201. Ontmoeting 49. Geweld.

Hij is oud en grijs en vitaal en bereisde de halve wereld, zowel in vredige samenlevingen als door oorlogsgebieden.

Ik vraag hem: ‘Wat is geweld?’
Hij zegt:
‘Als iemand zich een Nederlander, een moslim, een christen, een Europeaan, een Arabier noemt, dan pleegt hij geweld. Dit is geweld, aangezien hij zich dan afscheidt van de rest van de mensheid.
Als iemand zichzelf apart stelt door geloof, nationaliteit, traditie, enz., dan brengt dit altijd geweld voort, van heel subtiel tot heel grof.
Iedere vorm van afscheiding is geweld.’

Ik vraag hem: ‘Wat is geweldloosheid?’
Hij zegt:
‘Een persoon die geweld probeert te begrijpen, behoort niet tot een bepaald land, geloof of politiek systeem. Hij is betrokken bij het totale begrijpen van wat mens-zijn is.
In deze poging van totaal begrip bestaat geen afscheiding. Volledig begrip kan alleen ontstaan in volledige verbinding en openheid. Totaal begrip ontstaat niet vanuit het verstand, maar in ons gehele wezen van mens-zijn dat geen afscheiding kent.’

Ik vraag hem: ‘Heb je zelf wel eens conflicten?’
Hij zegt:
‘Ik heb nog nooit in mijn leven een conflict gehad.’

200. Ontmoeting 48. Een speciale dag

Ieder jaar vinden de prachtige Open Monumentendagen plaats in september. Honderdduizenden Nederlanders trekken er dan op uit om gratis en voor niets de mooiste kerken, musea en historische gebouwen die Nederland rijk is van binnen te bewonderen.
In mijn woonplaats Delft worden gidsen ingezet om de vele bezoekers te informeren over de belangrijkste monumenten. Enkele rondleiders doen hun drukke werk in het oude stadhuis waar ook de middeleeuwse gevangenis is gevestigd.

En iedere gids leidt de mensen rond op zijn geheel eigen wijze.

Gids Klaas is oud-directeur van een basisschool. In deze menselijke computer zit een schat aan historische feitenkennis waar ieder gids zijn vingers bij aflikt. Klaas is ruim 70 jaar en voelt zich nog steeds de hele dag verantwoordelijk voor alles wat hij regelt. Met scherpe blik en luide en duidelijke stem coördineert hij de vele groepen die elkaar in strak ritme op moeten volgen bij hun bezoek aan de martelkamer uit de 13 eeuw.
Dan klinkt zijn mobieltje.
Midden in zijn hectische werkzaamheden laat Klaas plotseling alles vallen, pakt zijn rinkelende iPhone en beent weg.
Na een minuut komt hij terug en kijkt me aan. Zijn gezichtsuitdrukking is veranderd.
Zijn ogen staan zacht en zijn stem fluistert als hij zegt:
‘Mijn kleinzoon belde. Hij is zeven jaar en hij heeft zijn eerste doelpunt gezet.’
Dan loopt hij snel en met scherpe blik naar een wachtende groep en roept luid en duidelijk:
‘Ja, dames en heren! Als u mij nú wilt volgen deze trap op, dan gaan we beginnen met de rondleiding!’
En terwijl hij de groep richting de trap leidt, loopt hij langs me heen, knipoogt
en zegt zacht: ‘Mooi, hè …’